Koud

Foto: Heili Rüütel op Flickr.com.

De winter sneed door mijn polsen

Krassen bezoedelt vrieswater

die mij deden huiveren

dat het einde slechts het begin was

van een seizoen dat mij smoorde

.

De winter wurgde mijn strottenhoofd

Als een volmaakte killer

zonder ooggetuigen,

weg van de commerciële zender

en breedbeeld-tv

.

Als winters konden praten,

dan zwegen ze …

.

Als winters konden geeuwen,

dan spuwden ze vuur

.

Maar winters zijn bedrogen minnaars

die auto’s bekrassen des avond,

brand stichtten met een kaars

en lippen verdrinken met vurige mond

.

Gemeen als een kogel

verborgen een vogel

geen leven mag komen

alleen sterven daarboven

.

Winters zijn gemeen

als een slang in november

die blijft kronkelen tot maart

.

Winters lijken eeuwig

en eeuwig is lang

Autisme Storm.

Het huis van mijn moeder

Foto: Mousha Mousha op Flickr.com.

Daar in het huis van mijn moeder

Met een kookvertrek als hondenhok

Bezet door een krijsende loeder

Constant in ruzie met die andere sok

Dat huis was niet van mij

Daar waren dweil en stoffer immers baas

En vlot beteugelden zij vrij en blij

Zwijgen, mond houden jij kleine dwaas

Dit is een huis, een bakstenen gebouw

Plezier valt hier niet te bespeuren

Waar vader heerst met eeuwige klauw

Niemand kijkt hier achter deuren

Niemand proeft hier haat zo rouw

Niemand voelt pijn en angst zo kou

Als jij, kleine aap en broeder

In dat huis van genaamd, jou moeder

Autisme Storm.

Ontsnapping aan de chaos

Foto: Ibrahim Lujaz.

Ontsnappen aan onvermijdelijke verdrinking

In het grote verhaal voor ons gesoeplepeld

Gewurgd door de noodzaak

Voldoen aan hun social killer events

Om weldra te stikken

In een wereld van tranen en verdriet

Snuif je jou eigen wereld in

Lik je aan verboden vruchten

Verzwelg je roze nijlpaarden

Om te ontsnappen

Aan een oceaan van verplichtingen

Aan een wereld van chaos

Aan een leven van overleven

Om je ergens thuis te voelen

In een huis dat reeds werd afgebroken

Met slaapkamers op half negen

Met een keuken vol cola en citroen

Een egel door je neus

Een krokodil door je mond

Een grijze kater door het hoofd

En een bizon tussen de benen

Gedreven door verdreven angsten

Verdwenen met geleende dromen

Bezwangerd met een replay

Bevroren in de tijd

Slapend door mistige dagen

Van indrukken en lagen

Zoekend naar een spiegel

Die een vloeipapier blijkt

Dansend met de eigen ziel

Die plots naast jou grote voeten viel

Herinnering aan hem

Illustratiefoto: Ray Zamarripa.

Mijn ogen bloosden als roze kersen

In mijn mond de smaak van vroeg hooipersen

Een augustus waar zelfs het begin uitbleef

De zomer als stroop op mijn lippen dreef

Het was vijf voor sixpack dat moment

Zalig storend, intens latent

De iris versmachtte de puppy pupil

Zoals alleen een zwangere engel dat wil

Kuifharen bedaarden zijn jonge manjaren

Blote bast, bink van storm en duizend baren

Mijn kaasstengel zoetzure zoutbittere umami

Voor mijn hart … potenzialmente fatali

Jou neus een perfecte hoek van schoonheid

Mijn onmetelijke hunker een delicate slaafsheid

Kon ik jou maar opnieuw aanraken

Terugvinden onder een bezweet ochtendlaken

Al jou geuren verorberen als ontbijt

Innig kussen, zonder schaamte, zonder spijt

Als één moordtuig onze spieren elkaar belasten

Heet, ruig en vurig, mogelijkheden aftasten

Tot we ademden langs dezelfde mond

Gisteren en morgen niet langer bestond

Kon dat moment andermaal komen

Hij, herinnering, mijn brave dromen

Autisme Storm.

Foto: Erre Castillo.

Eén van de 86 laureaten van de dichtwedstrijd Mijn herinnering van Gerard Rozeboom in samenwerking met uitgeverij aquaZZ, die gepubliceerd gaan worden in een gelijknamige dichtbundel. De uitslag onder 186 inzendingen werd bekend gemaakt op 6 juni 2019.

Ik was alleen

Drakenboom op Tenerife.
Foto: NadiaBE op Flickr.com.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.

Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.

Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.

Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.

Autisme Storm.

Een winter van water

Een winter van water.

De lente komt later.

Het snotteren, het snuiten.

De mist. In het hoofd en daarbuiten.

Een winter als een koude herfst.

Waarin alles langzaam sterft.

Tot niets meer dood kan gaan.

Een traan van de maan en de zwaan.

Allen wachten op beter, wachten op dan.

Uitzien tot de natuur weer kan.

Ontwaken en bloeien.

Verschijnen, stoeien en groeien.

Alsof de vaak en slaap nooit ophielden.

En de dood allen verzielden.

Ze proefden de kou als metaal in de mond.

Ze aten kalkoen, zich dik en heel rond.

Ze verdreven het donker, het zwart en de nacht.

Tot de ooievaar de jonker en lente weer bracht.

Autisme Storm.

Zandstorm in mijn hoofd

Schurende korrels botsen tegen metalen plaatjes en bakstenen.

Een mist, een wolk van bruin stof.

Libanon. Syrië. Woestijn.

Een bruine stofwolk.

Bruine peetjes in klei. Van stof tot mens gemaakt.

De snelheid van het stof, de zandkorrel, de mist van een bruine storm.

De kameel is stil. Met vier.

De koekoek roept als een ambetant beest dat niet kan ‘doordutten’ tot de noen, maar een ‘ratrace’ houdt elke dag met de stralen van de zon.

Gezoem van een rijdend schip.

En nog één! Zwaarder. Trillingen. Zoals de vibratie van een zandstorm.

Huizen dansen op hun palen en een water van cement.

Paalwoningen in een karkas van ijzer gevlochten in ‘concrete’.

De luie vogels zijn afwezig.

De zotte morgen is weer begonnen.

Zotte morgen van maandag tot vrijdag, maar woensdag niet.

Toekedoeng.

Ribbel na ribbel in de verzinkende eenheid van asfalt- en betonstroken.

Geluid van links naar rechts. Van rechts naar links.

Elke bult voelend in kermen van krakend ijzer en hard rubber.

Stomme koekoek! Hou je mond! Leg een ei in andermans nest.

Nieuwe dag, waarom overslaap jij je nooit eens?

Autisme Storm.