Ik droomde dat…

Foto: Eugene Kaspersky op Flickr.com.

ik op het dak van een hotel in Beiroet zat

met een cocktail in de hand en zicht op de zee

wiens golven fataal botsten op de duivenrotsen

verder kabbelden naar het land van de ceder

waar het water zich verkneukelde op bange tenen

laafde aan in zwart verborgen vrouwenlichamen

en enthousiast zwaarbehaarde mannen begroette.

De stad van tegenpolen die oplosten in de metropool

op groene tapijten ernstige heren met donkere bidkralen

nabij de Amerikaanse universiteit nutteloze boeken

gedragen door dromen die het weekend openden

om meisjes met chirurgisch correcte neuzen te versieren

in danstempels waar alleen schoonheid binnen mag.

De avond ademde de stad in

Met humvees als versterkte burchten

Opzwepende popmuziek en bezwete lijven

Van dabke dansende mannen op een huwelijksfeest.

Terwijl anderen lurken aan een waterpijp en

pronken met hun mobieltjes, nieuwste apps,

de stad die wakker wordt bij de nacht

en voort zoemt en verder slaapt bij dag.

Wanneer ze tijd heeft om kortstondig te peinzen

over verleden, oorlog, lijden en chaos, zoals

ook ik mijmer waarover morgen te schrijven

over de ogen van de nacht of de sluier van de dag

en ik hoopte maar

dat de duiven de rots zouden begraven.

Autisme Storm.

Anonieme gelukzoeker

Foto: Rafa Velazquez.

Door de nood zwaar in het rood

Ellende aan een radeloze vlucht ontsproot

Eenzame sardien in een helse vloot

Overleef je of wordt het de dood

Jou hart moeders’ smart

Jou leven te vroeg getart

Verzuip jij als een onbekende

Die vluchtte en rende

Geen letter over jou in de krant

Radeloze op zoek naar een land

Waar alles beter zou zijn

Naar een paradijs zo fijn

Maar haal je ooit de bestemming

Of cirkel je in een doodsring

Een kans zo klein

Ontvluchten die pijn

Armoede, oorlog en geweld

Leven op een vuilnisbelt

Een hart van hoop

Een toekomst te koop

Een verleden begraven

Een dorst snel laven

Maar hoe onzeker is de toekomst

Een boot als een zeepspons

Golven te hoog

Dromen te groot

Het verre land ligt te ver

Enkel rest ons een ster

Die in jou naam zal schijnen

Wanneer jou leven zal verdwijnen

Vluchteling je stierf niet alleen

Voor jou geen traan, geen geween

Een anoniem graf in een havenstad

Want ze hebben het gehad

Met zij die zoeken en vluchten

Waarvoor we niet langer zuchten

Maar aanvaarden wat niet te aanvaarden is

Ze hebben pech, ze hebben het mis

Ze mogen zinken en verdrinken

Zonder knipperen of verpinken

Hun dood heeft immers geen waarde

In onze steen van harde aarde

Autisme Storm.

Niet mijn dag

Het was niet de dag

Het was niet de dag die het zou moeten

Het was de dag die het zou worden

Een dag zonder lach

Omdat die lach was verdwenen

Omdat het onweer de dag kaapte

Het werd geen routine

Omdat de verandering mij gijzelde

Omdat chaos het losgeld betaalde

De regelmaat werd verkracht vannacht

Door Somalische piraten in mijn hoofd

Die mijn ochtend zouden bepalen

Het werd oorlog

Een strijd om te overleven

In een wereld van chaos

Waarin ik de weg kwijt raakte

Waarin ik verdwaalde in hersenspinsels

Waarin ik mijzelf verloor

Ik wilde roepen om hulp

Maar niemand heeft mij leren roepen

Ik zocht woorden om aandacht

Maar mijn zoekfunctie blokkeerde

Totaal en weer een keer

Een keer teveel

Te veel rotzooi

Om te ontsnappen uit de chaos

Chaos die ik alleen zie

Chaos die ik alleen beleef

Chaos mijn grootste vijand

Als piraten met kalashnikovs

Als rovers met zwaarden

Als terroristen met granaatwerpers

Als een woord een verwijt wordt

Als de rede wordt begraven

Als Cupido een schrikbewind voert

Een hart een handgranaat

Een pijl een oorlogswapen

De liefde de haat

Hoe fout kan het gaan

In een milliseconde van chaos

In een fractie van ontreddering

In een moment van totale onmacht

Het werd weer een dag

Die jij en ik niet zo graag mag

Het was jammer weer

Niet mijn dag

Autisme Storm.

Woorden

Autowasserij aan spoor in Utrecht in Nederland.
Foto: Casper Fioole.

Woorden, woorden, woorden

Maar wat is hun betekenis voor mij?

Kan je dit toelichten?

Woorden, woorden, woorden

Ze zijn allen zonder betekenis voor mij

Als ze naast mij belanden

Mijn vingers verstrengeld in mijn ruwe knokels

Jou trillen komt niet tot recht

Woorden, woorden, woorden

Het lot, een beslissing, aansprakelijkheid

Mijn geest is door jou verlicht geworden

Maat ik weet nog steeds niet wat oorlog is

Wie ik ben

Wat het probleem is

Waar het gevecht om gaat

Maar mijn geest is verlicht geworden

Je moet het mij uitleggen

Ik vind het geweldig

En de legers zijn verbluft

De geschiedenis is uitgesteld

Leg het mij een keer uit

Actie, zelfvertrouwen, beslissing, verantwoordelijkheid

Woorden, woorden, woorden

Voor mij blijft de betekenis zinloos

Ik zie jou elk woord azuurblauw maken

Elk van mijn genen doorboren

Met je magische lippen alle twijfels wegzoenen

Ze zijn allemaal veranderd sinds ze tot mij kwamen

Ik moet ze alleen nog horen

Woorden, woorden, woorden

Je woorden zijn ontelbaar, maar genummerd

Hun betekenis slechts één

Geef mij jou woorden

En laat ze onze geschiedenis ontvouwen

Autisme Storm.

De rennende student

Cross Country op 5 oktober 1980.
Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives –
Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.

De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.

Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.

Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.

De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.

De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.

Autisme Storm.

Oorlog in de keuken

Het was weer oorlog, in mijn hoofd en in de keuken.

En als dat gebeurt, ik kan verzekeren, niet leuk eh.

Dan krijgen alle voorwerpen een eigen leven.

Dan kan niemand mij nog enige rust geven.

Dan dansen potten en pannen in het rond.

Dan steekt het bestek vuur aan de lont.

Dan klopt de komkommer de aardappel af.

Dan zijn de messen de militaire staf.

De leefkeuken wordt een slagveld.

Waarbij men alle soldaten natelt

En komen nog meer groenten aandraven.

Veranderen de keukenstoelen in loopgraven.

En ook al is de kok een danser.

Schuil ik mijzelf in een diep pantser.

Mijn hele regelmaat, mijn structuur, mijn plan.

Is naar de maantjes als zelfs dat nog kan.

Eens de opwelling tot koken is ingezet.

Is het uit met herkenning en de pret.

Dan buldert het keukengerei naar de infanterie.

Dan roept het aanval daar en aanval hier.

De slachtoffers worden in stukken gesneden.

Doden onder de vaat gans beneden.

Wie niet voelen wil, die zal koken.

Tot plezier van martel- en keukenspoken.

Geen groente blijft nog heel.

Geen specerij is ooit te veel.

Geen vlees is ooit te rood.

Geen aardappel eens te groot.

Een afwas van Amsterdam tot in Kaboel.

Daar ging het om, dat was hun doel.

Als neveneffect van de keuken oorlog.

Eten, uiteindelijk, allen naar die trog.

Autisme Storm.