Miezerige dag

Foto: Piet Grim op Flickr.com.

De brandende sigaret en een kop koffie,
mijn metgezellen weer
Sombere dag,
lawaaierig verkeer,
geen enkel mooi meisje te zien:
de poldernamiddag op zijn mooist
Niets anders te doen dan aan een pijp lurken
en dit gedicht schrijven
Mijn poging tot creativiteit
met een geest onder invloed en
gedachten die op hol slaan
Ik zou een kerk kunnen beginnen
maar in plaats daarvan ga ik slapen

Autisme Storm.

Het verhaal

Foto: rossyyume op Flickr.com.

Hoe gaat dit verhaal verder,
hoe zal het zich ontrafelen?
Het leek snel te gaan,
als een slag van de hamer.
Zoals alle verhalen moet dit verhaal een begin hebben,
vol verwachting en potentieel, zoals het begin van de avond.
En dan gebeurt het, de onvermijdelijke terreur,
een nacht van ongeluk, en uiteindelijk loopt het fout.
En wat is de toevlucht die onze held zal volgen?
Wraak, gerechtigheid of pillen om te slikken?
Als dit verhaal verdergaat, zal ik me niet schikken…
aan de gekmakende gemeenplaatsen die de maatschappij heeft gevormd.
In plaats daarvan zal ik een andere route nemen,
één van rede en gedachte, die meer invloed heeft.
Uiteindelijk is dit een verhaal van ontdekking,
dat door onze intelligentie zijn pad zal vinden.

Autisme Storm.

Amantes Amentes

Foto: https://www.flickr.com/photos/internetarchivebookimages/

Mysterieuze koningin van de nacht

Die nooit weent, die nooit lacht

Die Valentijn kreeg je mij in jou macht

Ik zocht wat onbereikbaar was

Onder herfstbladeren verborgen jou moeras

Dacht nog dat ik de toekomst zag

En wou je verheffen en aanbidden

Maar mijn kathedraal werd een inferno

Ik werd een vreemde voor mijzelf

Mijn huid barstte van de hitte

Je gooide mijn as voor de vissen

Je verslond mijn naïeve ziel

En zei dat het was omdat je van me hield

Maar jou liefdeshonger werd mijn dood

Met Valentijn ging jij door het rood

Je nam mij mee naar de plaats nooit

Je brandende ogen verslonden mij

Van vuur naar as naar klei

Het werd zij en niet langer hij

Valentijn maakte mij vrij

Van die aardkloot daar rondom mij

Waar ik nu altijd en eeuwig gedij

Autisme Storm.

Vreemd en nieuw

Foto: Magalie Joigny.

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik vraag mij af of jij dat ook bent

Ik hoor stemmen in mijn omgeving

Ik zie dingen die jij niet ziet en dat is niet eerlijk

Ik wil niet treuren

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik ga ervan uit dat jij dat ook bent

Ik voel mij een jongen in de ruimte

Ik kan de sterren aanraken en ik voel mij niet op mijn plaats

Ik ben bezorgd wat anderen daarvan vinden

Ik huil wanneer mensen lachten, ik krimp ineen

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Ik begrijp nu dat jij dat ook bent

Ik voel mij als een verschoppeling, een schipbreukeling

Ik droom van de dag dat dat geen probleem is

Ik probeer mij aan te passen

Ik hoop dat er een dag komt dat dat mij lukt

Ik ben vreemd, ik ben nieuw

Autisme Storm.

Zonder jou

Foto: Wade Keller.

Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.

Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.

Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.

Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.

Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.

Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.

Zonder jou blijft de wereld draaien.

Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.

Zonder jou gaat alles prima.

Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.

Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.

Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.

Autisme Storm.

Foto: Andre B. op Flickr.com.

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.

Van het ene dorp naar het andere dorp.

Altijd maar heen, altijd maar terug.

Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.

Het lachen is mij al lang vergaan.

De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.

De lach veranderde in een droeve snoet.

De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.

Maar de fooraap, die lacht niet mee.

Het lachen is hem al lang vergaan.

Elk weekend reizen, elk weekend weg.

Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.

Hij wil weer thuis op de schouw.

Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.

Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.

Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.

Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.

Altijd joelende, luidruchtige kinderen.

Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.

De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.

Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.

Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.

De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.

Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.

Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.

Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.

In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.

De tijd is zo lang blijven stil staan.

Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.

Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.

De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.

Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.

Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.

Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.

Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?

Hoofd is vol, hoofd moet leeg.

Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.

De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.

Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.

Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.

Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.

De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.

Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.

Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!

Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.

Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.

Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.

Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.

De aap wil rust, even niet op de kermis staan.

Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.

Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.

Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.

Autisme Storm.