Verwarde dagen

Foto: Rizli Confuse op Flickr.com.

Meegezogen zoals een stofje in een straalmotor

Van een eenzaam vliegtuig op de tarmac

Van het leven

Van de dwaasheid

Het ongeloof

Een barstend hoofd van indrukken

Te veel voor de autist verscholen

Onder een Everest van prikkels

In verwarde dagen

De regent tikt op het dakraam

Maar krijgt onze bezoedelde geest

Niet langer proper

Een tijd van voor en na

Het bijten in de appel door Adam en Eva

De veroveringen van Alexander de Grote

De val van Constantinopel

De opvolging na de dood van de profeet Mohammed

De uitvinding van de boekdrukkunst door Gutenberg

De val van de Berlijnse Muur

Het Coronavirus

Voor en na

Maar we zitten er middenin

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

Blauw

Flaauwers haven, Kerkwerve, Schouwen-Duiveland in Zeeland in Nederland.
Foto: Ruud Morijn.

Uit de blauwe hemel

Blauwe regen

Alles blauw

Een blauw shirt

Blauwe kleuren die alles omvatten

Het blauw dat alle kleuren kleurt

Blauw water

Blauwe berg

Blauwe boom

Blauwe gedachten

Blauwe huid

Als een verafgoding

Een plaats voor aanbidding

Een blauwe God

De kleur van de hoop

Blinkende ogen

Binnen in mijzelf

Met de handen op het hart

Aanvaard ik de werkelijkheid

De waarheid

Ik open opnieuw de ogen

Bemin en aanschouw

Blauw

Maalbeek

Foto: Xoteroto op flickr.com

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek,

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Zure regen en zuurstof

Dood bos door de zure regen in de Tsjechische republiek. Foto: Raman Boersbroek.

JUF JEDERMANN BLOG MET PASSIE – 24 februari 2012 – Zure regen, zoute drop, zet mijn glazen petje op, lekker lopen in de regen, niemand houdt de vogels tegen. Alle wolken waaien weg, regenjas met superpech. Zure regen, zoute drop, maar de zon die gaat niet op.

‘Grappig juf, al die onzin. Zure regen, haha.’ Wil reageert op het gedichtje dat ze het liefst nog wel twintig keer hardop zouden willen lezen met elkaar. Ze zijn gebiologeerd door het ritme, net als juf Jedermann. Ze begrijpen het ook, want anders zou Wil niet zo gereageerd hebben. ‘Nou Wil, dat moet je niet zeggen. Zure regen bestaat echt en daar is niemand blij mee.’ Ze wordt taxerend aangekeken door de hele groep. ‘Echt waar juf?’ ‘Echt waar, maar dat leren jullie later nog wel, dat is nog een beetje moeilijk.’ Nu willen ze het juíst weten. ‘Oké, ik vertel het, maar dan mag je het meteen weer vergeten.’

Ze hangen allemaal aan haar lip. En les geven als leerlingen aan je lip hangen, figuurlijk dan, want letterlijk is het geen pretje, is het heerlijkste dat bestaat. Voor ze het weet, houdt ze een hele verhandeling over de Aarde, de atmosfeer, de ozonlaag, het gat en de zure regen. Er ontstaat een tekening op het bord waar de ouders later vol ontzag naar kijken. En als ze de woorden lezen die erbij geschreven staan zoals ‘atmosfeer= dampkring’ en ‘ozonlaag’ lijkt het of ze in het V.O. terecht zijn gekomen in plaats van in groep 3. ‘Zo, leren ze dat nu al? Wat knap!’ In haar dagverslag houdt ze het simpel. Wat zou een inspecteur zeggen als hij het zou lezen? Ze schrijft dus Lezen: extra aandacht voor woordenschat en het gedicht (blz. 21). Bij WO schrijft ze: Het weerà  regen.  

 ‘Juf, zei u nou dat we zonder atmosfeer niet kunnen ademen? Hoe kan dat dan?’ ‘In de atmosfeer zit  zuurstof en als er geen zuurstof is, dan kun je niet meer ademen’, legt ze uit. ‘Een vuur bijvoorbeeld kan dan ook niet meer branden.’  Franks adem stokt even, want hij ‘stookt fikkies’ als ze mag afgaan op de vele aanstekers die ze al in haar la heeft liggen. Dat je dood gaat omdat er geen zuurstof is, is nog tot daar aan toe, maar dat je dan geen fikkies meer kan stoken dat is verschrikkelijk!

Er staat de volgende dag een aquarium in de klas als ze op school komen. Er zit een klein laagje water in. ‘Krijgen we vissen, juf?’ ‘Nee, ik ga jullie laten zien dat een vlam ook niet zonder zuurstof kan, dan gaat hij uit.’ Frank staat al bij de bak. Als iedereen er is, neemt ze een waxinelichtje en steekt het aan. Ze zet het voorzichtig op het water. Poeh, de spanning is om te snijden. Ze wordt er zelf een beetje door meegesleept. ‘Wat denken jullie dat erin zit?’, vraagt ze terwijl ze een leeg glas laat zien. Haha, die juf. Niets natuurlijk, dat zien ze zo wel. Ze hebben het mis. Er zit lucht met zuurstof in. Dat kan je niet zien, maar het is er wel. Als ze straks het glas over het kaarsje zet, kan het vlammetje nog even branden, maar als de zuurstof op is…… gaat het vlammetje vanzelf uit.

Alle ogen zijn vol spanning op het vlammetje gericht als ze het glas eroverheen zet. En ja hoor, even later begint de vlam te sputteren en gaat uit. Ze kijken allemaal meteen naar haar handen, maar ze is expres op afstand gaan staan om te laten zien dat het geen truc is. ‘Ja’, zegt Lieke. ‘Dat komt door het water!’ Ze denken nog steeds dat het een of andere goochel-act is. Heel voorzichtig haalt ze het glas weg en pakt het lichtje. Het kaarsje is nog steeds droog en als ze het aansteekt, brandt het meteen. Ze doet de proef nog een keer en als de vlam dreigt uit te gaan, tilt ze het glas voorzichtig op zodat er weer lucht bij kan komen. De vlam laait meteen weer op. ‘Mag ik het ook eens doen, juf?’ Ze laat een paar kinderen het glas optillen en weer terugzetten. Wil doet het te snel, het pitje is nu wél nat. Een mooi moment om te stoppen. Juf Jedermann vult deze keer in bij WO: Lucht.

Bron: Juf Jedermann.

Hoor de wind

Hoor de wind tegen het tuinhek bonken.

De leeuwerik voor het laatst gezongen.

De zomer voor het laatst geroepen.

De stilte van de herfst nu op onze stoepen.

Onze eekhoorn maakt een wintervoorraad klaar.

Geen vruchtje, nootje hem te zwaar.

Pompoenen van het licht.

Doden hun gezicht.

De bruine beer het laatst ontbeten.

Lange slaap zijn appetijt vergeten.

Dikke jassen in de gang.

Straks duurt de winter weer zo lang.

Neusdruppels klein en in het groot.

Mist, regen en eekhoorntjesbrood.

Langer in het bed.

Het uur weer correct gezet.

Herfst in kleur, ach zo fijn.

Wou dat je altijd bij mij zou zijn.