Dat dorp

Foto: Ferdi de Gier.

Een rijtuig ontdaan van alle koeienvacht

Stond daar roestig in die nacht

De versiering met kleipotjes plastieken bloemen

Nooit snoeien zoals herfstbladeren altijd knoeien

Met neef Madan met zijn hertenlach

Zijn nón lá opgezet op zowaar een vrijdag

In dat verlaten dorp waar mensen dachten dat ze nog leefden

Waar patal het voedseloffer was voor de hindi God

En mulo het muildier van een doorweekte dorpszot

Waar vrouwen nog in een van riet geweven kleed zweefden

En geroosterd bloemmeel aan hun kleine handjes kleefden

Waar chrysanten patronen op goedkope paraplu’s overleefden

Boerendochters in het stro hun ontmaagding beleefden

En de zoon van de buren dacht dat hij kon zwemmen

Toen hij het water in een gietijzeren badkuip kon temmen

Autisme Storm.

Foto: emiliacolia op Flickr.com.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.