Te proper gewassen

Foto: VincentYee Resident.

Te proper gewassen, vergeten te schoon

Verloor ik de onschuld, bleef het een droom

Mijn huis was ik kwijt, ik barstte van nijd

De fouten begaan, te laat al die spijt

Mijn lichaam was bleek, ongezond zo het leek

Ik zocht naar een naald, ik schopte vaak keet

Te lang en te veel, geduld met mij gehad

Het huis werd een riool voor deze drugsrat

Ik zocht naar mijn aders, ik spoot er weer in

Even geluk, roes, had het leven weer zin

Kwam mijn duivel weer kloppen

Denk nu niet aan stoppen

Het huis van een junk, een thuis ooit gehad

Riool nooit meer proper, een vogel voor kat

Autisme Storm.

Kerken om te huilen

We bouwen kerken om te huilen.

We bouwen theaters om te lachen.

We bouwen huizen om te dromen.

We bouwen wegen om te kruisen.

Maar wie heeft ons als kathedraal gebouwd?

Met ogen als glasramen om te bewonderen en te schitteren in een oneindig kleurenpalet.

Met schouders als een altaar om de zwaarste lichamen te dragen.

Met een hart als een kerkorgel om witte en zwarte aanslagen te geven in een roes van thuiskomen, opstaan en ontmoeten.

Is het de priester, de orgelist of het licht achter het kruisbeeld dat onze voeten de kracht geeft het middenpad te bewandelen of zich naar de zijbeuken te begeven?

Autisme Storm.

Leeg

Mij hart bloedt leeg. Het strand zit vol.

Een guillotine van lawaai hakt af.

Mijn adem breekt, de pijn versmeed.

Geschreeuw verstomd de ijle lucht.

Vibratie, een roes, een waanidee.

De pols stoot geen rode tranen meer.

De spetter daalt in zeden neer.

Het gezoem staat op, de ochtend geeuwt.

De pijn vanbinnen, de kloof vanboven.

Hoe leeg beneden, hoe druk daar buiten.

De koekoek stiller, het suizen luider.

Mijn hart is leeg, mijn hoofd is vol.

De routine roept voor mij alleen.

De afleiding zingt voor hun tezamen.

Geluk te koop in roebels en ponden.

Verdriet en onrust in koopjes en solden.

Een steek, een scheur, een ander lied.

Een bloedend hart, niemand die ’t ziet.

Autisme Storm.