Weg van de dag

Ik loop weer weg

Van de dag vandaag, terug naar gisteren

Om mijn blonde haren te laten wapperen

In windstille grijze straten

Weg van de wijze raad

De eigen waarheid achterna

Die mij een spiegel geeft met doornen

Als ik hulp zoek

Zoek ik naar jou die ik wegduw

Huil ik om jou glimlach

Bijt ik in de helpende hand

Terwijl mijn hersenen verkeerd kronkelen

Weg van jullie normaal

Dat mijn vreemde eend blijft

Mijn vijand nummer één

Ik wil niets

Niets dan jou

Niets dan gewoon

Niets is veel

Te veel voor een simpele duif

Die vliegt onder een oceaan

En lava spuwt over dromen

Voor de zandman slapen zal

Ik doe maar voort

Vandaag, één dag na gisteren

Voort de eigen weg

Weg van alles, dicht nabij

Met mijn eigen klei

Onwennig aan jou zij

Autisme Storm.

Volwassen

Foto: MS Paris op Flickr.com.

Denken aan de tijd toen het leven simpel was

Dat niets verbazen mag

Dat alles gepland, geregeld was

Denken aan de tijd dat volwassen nog niet was

Autisme Storm.

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen slopen

En de zomer al lang is weggelopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Een nuttige taak, een dagelijkse plicht

Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar

Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar

Achtervolgt door donkere dagen

Horen we de massa zagen en klagen

Alsof het eeuwig winter wezen zal

Trappen wij telkens in diezelfde val

Met een humeur immer slecht en vals

Maar ik verzeker: het gaat beteren als…

Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang

Ginds opgesloten in een donkere hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar… leven bovendien

Maar dat geduld heb ik niet

Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet

Wie zal mij redden uit dit tranendal

Voor dat eindelijk die lente komen zal

Autisme Storm.

Samen (Geliefd zijn)

Foto: wilma HW61 op Flickr.com

Ik boog mij voorover naar haar

Als een reiger aandachtig voor elk gevaar

Ze rook naar jasmijn en ik naar terpentijn

De wereld was simpel, er gewoon zijn

Haar tepels bekeken mij droog en hard

Kleine soeplepels schepten in mijn haren zwart

Op de bank lag zij in mijn schoot

Alle haar lippen zo vurig rood

Onze jeans, waar we het intiemste tot laatst bewaarden

Terwijl de aarde niet langer verder draaide

Zij was van mij en ik van haar

Die blik ontwaarde dat kleine gebaar

Ik was geliefd, ik was bekoort

Alleen een dwaas die dat niet hoort

Autisme Storm.