De oude man in Amsterdam

Foto: John Kwee op Flickr.com.

Een gesloopte oude man,

berimpeld als de bank onder hem,

herkauwde zijn stad Amsterdam

van mistroostigen zonder stem.

Met pet en baard hun ochtendtoer

duwden ze karren over smalle steegjes

de bakker, de vodde- en de eierboer

en brachten hun laatste weetjes.

Toen een fiets nog houten banden had,

onze vaste hand kon schitteren met tollen,

we zakdoekje legden en niemand het zag

en met knikkers en bikkelen niet lieten sollen.

Daar zagen we van de goede werken lief

een weesmeisje vluchten door de achtertuin

voor deportatie dwars en repressief

kinderlachjes geselecteerd tot doodspluim.

Autisme Storm.

Ik droomde dat…

Foto: Eugene Kaspersky op Flickr.com.

ik op het dak van een hotel in Beiroet zat

met een cocktail in de hand en zicht op de zee

wiens golven fataal botsten op de duivenrotsen

verder kabbelden naar het land van de ceder

waar het water zich verkneukelde op bange tenen

laafde aan in zwart verborgen vrouwenlichamen

en enthousiast zwaarbehaarde mannen begroette.

De stad van tegenpolen die oplosten in de metropool

op groene tapijten ernstige heren met donkere bidkralen

nabij de Amerikaanse universiteit nutteloze boeken

gedragen door dromen die het weekend openden

om meisjes met chirurgisch correcte neuzen te versieren

in danstempels waar alleen schoonheid binnen mag.

De avond ademde de stad in

Met humvees als versterkte burchten

Opzwepende popmuziek en bezwete lijven

Van dabke dansende mannen op een huwelijksfeest.

Terwijl anderen lurken aan een waterpijp en

pronken met hun mobieltjes, nieuwste apps,

de stad die wakker wordt bij de nacht

en voort zoemt en verder slaapt bij dag.

Wanneer ze tijd heeft om kortstondig te peinzen

over verleden, oorlog, lijden en chaos, zoals

ook ik mijmer waarover morgen te schrijven

over de ogen van de nacht of de sluier van de dag

en ik hoopte maar

dat de duiven de rots zouden begraven.

Autisme Storm.

Ik ben niet te doen sinds zaterdagnoen

Foto: Paul Smeets.

Liedtekst :

Ik ben een ajuin… van ons stad

Ik ben heel vies… ik ga nooit in bad

Ben op weer de dool… eindig in een riool

Mijn vrouw heeft ’t gehad… ik ben weeral zat

Zit mijn hoofd weer vol… ga ik uit de bol

Draag al haar kleren… het kan verkeren

Heb ik weer leut… drink mij een teut

Een hete stoot… dan ga ik in ’t rood

Elk jaar weer prijs… met Jan Theys

Ik zal er zijn… voor het groot festijn

Ik drink dan gin, bier… en veel wijn

Heb dan leut… tot de laatste sleut

Ben ik nog wakker… dan voel ik mij dapper

Jajaja…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Neeneenee…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Héhéhé…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Autisme Storm.

Ik gaf je mijn hart

Foto: Victor Avilla.

(Liedtekst:)

​​​​​Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij verbazen

Als een storm rondrazen

De spiegel jou wereld

Als een slaapnachtkus

.

En als ik nu mag spreken

Dat laat ik je weten

Dat laat ik mij gaan

Als een geile krielhaan

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij negeren

Als een zak vol kleren

Jou vrienden jou keet

Als een eigen planeet

.

En als ik nu kon kiezen

Dan wil ik niet verliezen

Dan wil ik bij jou zijn

Met een half glas wijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch loop je met die knapen

Met een jeans vol gaten

Kijk maar naar ze op

Als een buikspreekpop

.

En als ik nu kon toveren

Dan wil jou veroveren

Dan wil ik er zijn

Als jou lichtkonijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Je ging toen lopen schat

Naar een grote stad

Vijf kerels een kat

En een heel groot bad

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Autisme Storm.

De leeuwin

Foto:Johnny Cooman.

Verborgen tussen het groen

Van de laatste restjes omwalde stad

Een schim, een bevlekt jong

Beschermd voor de ochtendjacht

Als moeder moet gaan rennen

Impala, gazelle, zebra en buffel

Bliezen ze van grasvlaktes en savanne

Wurgden of verstikten alle rivalen

Maar zij, zonder manen, nu heel alleen

Goudkleurige ogen, zandgele vacht

De staart al in balans

Brede kop, korte snuit

Zal zij een vogel of rat vinden

Daar in het Lepoldpark

Autisme Storm.

Draak in het zwarte water

Foto: Fgem op Flickr.com.

Draak in het zwarte water

Mekong rivier

Met een rode krullende tong

Het getsjierp van de witte kraanvogels

Verborgen in de schaduw van de takken

Oplichtend bij volle maan

Uitkijkend over de baai van Halong

Bootje dijnend met de drijvende handel

Van India, Nederland en Spanje

Japanners, Chinezen en Kantonezen

Hun kleine of grote voetafdruk nalatend

Als een tattoo in straten vol handelshuizen

Een knooppunt van volkeren en culturen

Een blauwdruk van zeevaarders

Handelaars in specerijen, katoen en wierrook

Een nachtegaal opgesloten in een kooitje

In een tempel, pagode of huis van commercie

Ontwakend met de stroom van de stad

En het volk van de rivier

Een nieuwe dag na het blauwe uur

De krullen van nokken en daken

Van huizen van buddha, moeder en kinderen

Als lichtpunt van armen en verlichtte geesten

Wachtend op nieuwe donaties en gebeden

Het verder uitslijten van treden

Boven de zee en rivieren

Neerkijkend op de kruin van de Viet-Nam

Onder de oksels de rijstvelden en pagoden

De hete adem bedwelmt het volk

Als wierrook in hun geest

Als koffie en thee van het lichaam

Autisme Storm.

Sporen van doornen

Foto: Dohn Joe.

Tussen sporen van doornen

Verloren tevoren

Bezweken verleden

Dragen zij toen naar dra

De kogelgaten als littekens

Op muren van eens hun witte stad

Gedrenkt in aalbessenjenever

Roest en links

De rechterhelft in dromenland

Omdat realiteit de verbeelding zeemt

Heden reutelt en laatstleden leeft

De veilige safe functie de overhand neemt

En ze alles beredeneren

De sporen naar een onzekere toekomst

Een kloon achter hun rug

Geschaafde ledematen hun verleden verraden

Gepijnigde hersenen de waarheid verdampen

En angst de boezemvriend is

Van hun onrustige getormenteerde hart

Autisme Storm.

Maalbeek

Foto: Jelle Vanthuyne.

We gingen op weg zoals elke ochtend

We gingen op weg zoals telkens weer

Toen daalde de zwarte regen neer

Voor jou geen dinsdag meer

Drukke metro een laatste zoen

Vertrouwde stop waarom anders doen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Bedolven in stof van haat en woede

Bedolven in schoonheid zoet

Zo dichtbij de hel onder de grond

Waar onze liefde vond

Ontspoorde gekken gemene gril

Toen stierf de tijd en het werd stil

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Europa schrok en keek naar jou

Europa huilde om man en vrouw

Kon ik je maar een knuffel geven

Was jij maar bij mij gebleven

Verdronken rivier huilende dagen

Na woede nog zovele vragen

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Onze ontmoeting daar plots gedaan

Onheil en een donkere traan

We omarmden elkaar daar zonder zorgen

Maar waar is nu de weg naar morgen

Je bleef daar achter op jankende treden

Heden werd toen het verleden

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Hun dromen maken wij vandaag

Hun namen als een tweede laag

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

De weken tellen geen dinsdagen meer

De uren zoeken minuten weer

Ach irissen zullen er altijd bloeien

Uit donker het licht blijven stoeien

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

De stad verbonden in elke hoek

Laat haat voor eeuwig zoek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Maalbeek, Maalbeek, Maalbeek

Tweede laureaat Nekka Liefde voor Lyriek wedstrijd 2019.

De grote stad

Foto: byHSP op Flickr.com.

Oh mijn hart, kijk ook langzaam aan de rechterkant

Dit is de grote stad

Twee armen aan elke zijkant gestrekt tot mijn binnenkant

Het ritme van de vrijheid aanbid ik in extase

De rivier vergeet nooit de heilige aarde

Dit is de grote stad

Niemand weet hoeveel mensen ons roepen

Slaapwandelen om verloren te lopen in de zee

Als lichamen achterblijven

De deur open voor geven, ontmoeten en terugkeren

Dit is de grote stad

De enige mensen die in onze buurt kwamen

Waar zij in de ochtend

Toen niemand ons durfde te verlaten

Heb ik in hun stem melodietjes gehoord

Dat nog anderen gaan komen

Dit is de grote stad

De dag werd onderbroken door geschreeuw

In het hart van het hart

Werden we wakker door het geluid

Een groep mensen in huis maakte een groot probleem

Ze aanbaden de verkeerde goden

Dit is de grote stad

Het vuur brandde vlam na vlam

De toekomst werd door geld en het lot geschreven

Zorg voor verdrukten, luister naar die andere stem

Vrees zoveel je kan en beledig niemand

Laat de zielen leven

Aan het einde van een verschrikkelijke pijn

Dit is de grote stad

Kom vandaag naar mij toe

Van alle talen, van alle volkeren, van elke religie

Heb vrede

Omarm mij met al je armen

Kom naar mij toe en word verliefd

Maak je debuut op deze pelgrimstocht

Want dit is jou stad

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Autisme Storm.