Ik ben het gezang van de vogels, het gefluister in de bomen. De zachte stilte na een storm, en de warme zomerbries.
Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts, Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is. Ik hou je hand vast als je je down voelt, Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.
Ik ben niet gestorven. Ik ben nog steeds hier. Ik ben die zachte stem In jouw oor.
Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.
Hoe lang was het geleden?
Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?
Een zerk ertussen.
Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.
Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.
En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.
Zijn zaak en zijn hart begaven het.
Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.
Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.
Die elkaars hart hoorden tikken.
Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.
In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.
En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.
De koeien stonden werkloos in de wei.
Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.
En tofu en glutenvrij brood.
De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.
De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.
Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.
Digitalisering. Computerisering. Online.
Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.
De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.
Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.
Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.
Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.
Het trachten, het zoeken, het verlangen. Het hopen te vinden van de rust, de stilstaande fase in een dagelijkse wedstrijd, een ratrace, een race tegen de tijd.
Het verlangen en het zoeken naar een quasi onbestaande tijdelijke toestand om deze eeuwig te laten duren. De rust zo ver weg, zo ver van hier en zo schraal en bitter weinig aanwezig.
Gestoord, verstoord worden door de verstoorders, hen die drukte, lawaai en onrust kwistig uitdelen als hing hun leven ervan af.
De druk van de dagen, weken en maanden vooruit vol plannen, volle agenda’s, sociale verplichtingen, ontmoetingen, afspraken, noodzakelijkheden, drukten in ons bestaan.
Cijfers van uren, cijfers van minuten, cijfers van dagen, weken, maanden.
Een rat race met mensen, bezige bijen omdat het moet, omdat we er onszelf toe verplichten.
De wanhopige zoektocht naar stilte, rust, bezinning, verandering, stabiliteit. Rust.
Het gezoem van bezige bijen, van slierten auto’s, tractoren, vrachtwagens, die alsmaar diepere putten maken in de wegen en het landschap. De rubberen banden die zich kapot verslijten aan het asfalt, betonnen straten en kiezelwegen. Het schuren tot het bot. Het gekreun en gezoem tot kilometers ver.
Autoloze, autoluwe dagen. Een zegen voor mens en machine. De zondagse rustdag. De zondag wordt uitgesteld tot de volgende vakantie. De volgende vakantie verbleekt voor een nieuwe vlucht uit de dagelijkse beslommeringen.
Het uitkijken naar verlof, pensioen en rust om als het zover is opnieuw deze momenten weer bomvol te boeken met taken, opdrachten, uitstappen, verkenningen, studies, verplichtingen, …
De hunker naar rust, de hunker naar actief bezig zijn, nuttig zijn voor onszelf en anderen, de maatschappij. Bezig zijn, druk zijn.
Wanneer mag Doornroosje weer gaan slapen? De boze wolf weer boos zijn? Roodkapje weer gewoon door het (Haller)bos wandelen? Zonder dit op Twitter of Facebook te moeten posten? Omdat iedereen het doet en we er ons toe verplicht voelen.
De asociale maatschappij die gemaakt sociaal wil doen. Alleen als iedereen het kan zien. Alleen dan.
Ik leef als ik twitter. Ik leef als ik facebook. Maar ik heb geen flauw idee wie de buurman is, de man of vrouw in de trein, in de winkel, naast ons. We zijn doof (dood?) als het geen likes oplevert. We weten niet meer wat we posten.
Facebook vertelt het ons wel een jaar later. Druk doen, druk bezig zijn, de tijd, ons leven verder doen of verdoen, nuttig of nutteloos bezig zijn omdat het moet. Omdat ze willen dat we het allen zo doen?
Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.
Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?
Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.
Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.
Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.
Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.
Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.
Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!
Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.
Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?
Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.
Vlucht naar voren.
Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.
Mijn hoofd zit vol. Weeral!
Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.
Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.
Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.
De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.
De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.
Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.
Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.
Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.
Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.
De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.