Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Advertenties

Zoektocht naar rust

Foto: Chris van de Merwe.

Het trachten, het zoeken, het verlangen. Het hopen te vinden van de rust, de stilstaande fase in een dagelijkse wedstrijd, een ratrace, een race tegen de tijd.

Het verlangen en het zoeken naar een quasi onbestaande tijdelijke toestand om deze eeuwig te laten duren. De rust zo ver weg, zo ver van hier en zo schraal en bitter weinig aanwezig.

Gestoord, verstoord worden door de verstoorders, hen die drukte, lawaai en onrust kwistig uitdelen als hing hun leven ervan af.

De druk van de dagen, weken en maanden vooruit vol plannen, volle agenda’s, sociale verplichtingen, ontmoetingen, afspraken, noodzakelijkheden, drukten in ons bestaan.

Cijfers van uren, cijfers van minuten, cijfers van dagen, weken, maanden.

Een rat race met mensen, bezige bijen omdat het moet, omdat we er onszelf toe verplichten.

De wanhopige zoektocht naar stilte, rust, bezinning, verandering, stabiliteit. Rust.

Het gezoem van bezige bijen, van slierten auto’s, tractoren, vrachtwagens, die alsmaar diepere putten maken in de wegen en het landschap. De rubberen banden die zich kapot verslijten aan het asfalt, betonnen straten en kiezelwegen. Het schuren tot het bot. Het gekreun en gezoem tot kilometers ver.

Autoloze, autoluwe dagen. Een zegen voor mens en machine. De zondagse rustdag. De zondag wordt uitgesteld tot de volgende vakantie. De volgende vakantie verbleekt voor een nieuwe vlucht uit de dagelijkse beslommeringen.

Het uitkijken naar verlof, pensioen en rust om als het zover is opnieuw deze momenten weer bomvol te boeken met taken, opdrachten, uitstappen, verkenningen, studies, verplichtingen, …

De hunker naar rust, de hunker naar actief bezig zijn, nuttig zijn voor onszelf en anderen, de maatschappij. Bezig zijn, druk zijn.

Wanneer mag Doornroosje weer gaan slapen? De boze wolf weer boos zijn? Roodkapje weer gewoon door het (Haller)bos wandelen? Zonder dit op Twitter of Facebook te moeten posten? Omdat iedereen het doet en we er ons toe verplicht voelen.

De asociale maatschappij die gemaakt sociaal wil doen. Alleen als iedereen het kan zien. Alleen dan.

Ik leef als ik twitter. Ik leef als ik facebook. Maar ik heb geen flauw idee wie de buurman is, de man of vrouw in de trein, in de winkel, naast ons. We zijn doof (dood?) als het geen likes oplevert. We weten niet meer wat we posten.

Facebook vertelt het ons wel een jaar later. Druk doen, druk bezig zijn, de tijd, ons leven verder doen of verdoen, nuttig of nutteloos bezig zijn omdat het moet. Omdat ze willen dat we het allen zo doen?

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Een tinteling

Wat begon als een tinteling werd een rimpeling in het overspelige water van een spiegeling.

De vibratie werd een hesistatie van verbazing in een stilstaande fase.

Het geluid van de stilte werd ondraaglijk aan te horen.

Het lichaam vertraagde de vingers, wierp de hand weg en worstelde zich los van de armen.

De focus was intens, gericht op overleveren zoals de oermens in bestaan.

De voeten balden samen en de benen liepen weg.

Ze verheven zich van het laken en vibreerden naar hogere doelen.

Zo zou de ziel ooit het lichaam verlaten.

Met een ongeziene kracht alle herinneringen meesleurend naar ginds.

Waar tijd en ruimte waren vergeten in een nieuw bestaan.

Waar pijn en ziekte achterbleven en het lichaam de laatste snik gaf.

Er was meer dan sterven. Maar hiervoor was het te vroeg.

De dag en het uur waren nog niet gekomen.

De voeten kwamen opnieuw op de grond.

De aarde droeg weer meer gewicht.

De mens kreeg opnieuw een gezicht.

Zijn plaats, zijn zijn, zijn plicht.

Weer verandering!

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.