Ik gaf je mijn hart

Foto: Victor Avilla.

(Liedtekst:)

​​​​​Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij verbazen

Als een storm rondrazen

De spiegel jou wereld

Als een slaapnachtkus

.

En als ik nu mag spreken

Dat laat ik je weten

Dat laat ik mij gaan

Als een geile krielhaan

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij negeren

Als een zak vol kleren

Jou vrienden jou keet

Als een eigen planeet

.

En als ik nu kon kiezen

Dan wil ik niet verliezen

Dan wil ik bij jou zijn

Met een half glas wijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch loop je met die knapen

Met een jeans vol gaten

Kijk maar naar ze op

Als een buikspreekpop

.

En als ik nu kon toveren

Dan wil jou veroveren

Dan wil ik er zijn

Als jou lichtkonijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Je ging toen lopen schat

Naar een grote stad

Vijf kerels een kat

En een heel groot bad

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Autisme Storm.

Herinnering aan hem

Illustratiefoto: Ray Zamarripa.

Mijn ogen bloosden als roze kersen

In mijn mond de smaak van vroeg hooipersen

Een augustus waar zelfs het begin uitbleef

De zomer als stroop op mijn lippen dreef

Het was vijf voor sixpack dat moment

Zalig storend, intens latent

De iris versmachtte de puppy pupil

Zoals alleen een zwangere engel dat wil

Kuifharen bedaarden zijn jonge manjaren

Blote bast, bink van storm en duizend baren

Mijn kaasstengel zoetzure zoutbittere umami

Voor mijn hart … potenzialmente fatali

Jou neus een perfecte hoek van schoonheid

Mijn onmetelijke hunker een delicate slaafsheid

Kon ik jou maar opnieuw aanraken

Terugvinden onder een bezweet ochtendlaken

Al jou geuren verorberen als ontbijt

Innig kussen, zonder schaamte, zonder spijt

Als één moordtuig onze spieren elkaar belasten

Heet, ruig en vurig, mogelijkheden aftasten

Tot we ademden langs dezelfde mond

Gisteren en morgen niet langer bestond

Kon dat moment andermaal komen

Hij, herinnering, mijn brave dromen

Autisme Storm.

Foto: Erre Castillo.

Eén van de 86 laureaten van de dichtwedstrijd Mijn herinnering van Gerard Rozeboom in samenwerking met uitgeverij aquaZZ, die gepubliceerd gaan worden in een gelijknamige dichtbundel. De uitslag onder 186 inzendingen werd bekend gemaakt op 6 juni 2019.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Storm in mijn hoofd

Foto: Martijn van Haaster.

Het stormt in mijn hoofd. Alle lichten zijn gedoofd.

Draaiende borden. Leeg. Doodop.

Orkaan van het leven

Foto: Azezjne.

Een orkaan van moleculen zweeft rond

Kleine partikels hoog boven in de lucht

Met een verschroeiende niets aflatende snelheid

Och zo klein, och zo snel, bliksemsnel

Twee atomen, punten, stippen aan het heelal

Eeuwig blijvend, eeuwig voort bewegend

Een snelheid, een intensiteit, een kracht nooit gezien

Piepkleine delen die zweven in de stroom

van een fluitketel, energie opwekkend, drijvend, vliegend,

storm en orkaan, snelheid

Verder dan wij kunnen zien met camera’s en telescopen

Meer licht, meer power en meer kracht dan wij in mensentaal kunnen benoemen

Het heelal miljarden keren groter dan wij ooit dachten

Duizend Columbussen nodig om het te ontdekken… ooit

Zo enorm, zo ledig en zo vol

Leeg en vol tegelijk

Zwart, kleurloos en in regenboog kleuren tegelijk

Jij mens kan niets zien

Hij God kan alles zien

Bestuurder van mens en natuur

Partikels, stofjes in het heelal

Met de afstandsbediening voor miljarden drones

Foto: Tallawah75 op Flickr.com

Nee, het leven is niet eindig

Het begint pas als wij denken dat het stopt

Als de mens denkt dat het vijf voor twaalf is,

is het nog maar de eerste minuut van een nieuwe dag

We hebben nog niets gezien

Het is nog volstrekt donker en nacht

Het blauwe uur moet nog komen

Het is nog maar net naar bed gegaan

De schakering, de overgang tussen dag en nacht

of nacht en dag beter gezegd

Eén minuut na middernacht is het

Niet vijf voor twaalf

Als wij denken dat we dood gaan, dan het einde nabij is,

dat het afgelopen is, dat we onze keukelaar zetten,

zijn we nog primatuurtjes

Het leven begint pas als wij denken dat er geen leven meer is

Als we het einde denken te zien,

is het wachten op het licht na de tunnel

Als alles donker wordt, is het slechts een slaap

Als alles tot rust komt, is het louter pauze

Een knop ‘on hold’

Even uitademen

De stilte van één mini-seconde

En nog één

Als alles stil en donker wordt, als alles dood lijkt,

is het een stilstaand beeld op de tv,

de winterslaap van fauna, flora, een beer, de bloem, de boom, onszelf

Foto: Katyefamy op Flickr.com

Onze winterslaap gaat tot in het kleinste partikel,

de kleinste atoom, de kleinste cel van ons lichaam

De kern van onszelf, ons bestaan

Het lichaam is ons omhulsel

Zoals cichorei. Een ajuin. Alles verwelkt.

Alle schillen bevatten de kern van ons bestaan, ons wezen

Het karma vervat in de ziel

De pose tot de pauze

En na elke pauze het atoom

dat onze ziel bevat en dat opnieuw uitgroeit

tot een nieuw karma, een nieuw bestaan

Als we ons ontdoen van alle schillen,

vervellen we telkens tot het ene atoom

dat meer licht geeft dan alle sterren samen

Dat meer energie en kracht bevat dan de zwaarste atoombom

of vulkaanuitbarsting

Uit het niets zal alles ontstaan

Opnieuw en opnieuw

Elke atoom zal opnieuw zijn karma opbouwen

Als een lege batterij die in het stopcontact opnieuw tot leven komt

Er is geen einde aan het leven

De dood is enkel de transitie, de pauzeknop naar een ander leven

De trein die even stil staat

En toch weer verder bolt naar een nieuwe halte

Een nieuw landschap verkent en ontdekt en over de sporen weer tot leven komt

De sporen liggen er

De wissels van voordien bepalen onze volgende bestemming

Ons doel, onze reis

We sporen naar een nieuw leven, naar een nieuwe toekomst

Een nieuw karma verwelkomt ons

Hoe de partikels zweefden en quasi tot stilstand kwamen bepaalt

de volgende beweging, vlucht, storm, orkaan in ons bestaan

Nooit meer hetzelfde als voorheen, het verleden, als de rugzak,

de bagage om mee te nemen op een nieuwe reisweg

Een nieuwe route in ons bestaan

Als niets zijn wij gekomen en als niets zullen wij ook verder gaan

Ons bestaan

BIJ-STAAN

Iemand staat ons bij

Een éne God figuur

Geen mens, gans anders…

Autisme Storm.

Foto: Arock Photo op Flickr.com

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Zandstorm in mijn hoofd

Schurende korrels botsen tegen metalen plaatjes en bakstenen.

Een mist, een wolk van bruin stof.

Libanon. Syrië. Woestijn.

Een bruine stofwolk.

Bruine peetjes in klei. Van stof tot mens gemaakt.

De snelheid van het stof, de zandkorrel, de mist van een bruine storm.

De kameel is stil. Met vier.

De koekoek roept als een ambetant beest dat niet kan ‘doordutten’ tot de noen, maar een ‘ratrace’ houdt elke dag met de stralen van de zon.

Gezoem van een rijdend schip.

En nog één! Zwaarder. Trillingen. Zoals de vibratie van een zandstorm.

Huizen dansen op hun palen en een water van cement.

Paalwoningen in een karkas van ijzer gevlochten in ‘concrete’.

De luie vogels zijn afwezig.

De zotte morgen is weer begonnen.

Zotte morgen van maandag tot vrijdag, maar woensdag niet.

Toekedoeng.

Ribbel na ribbel in de verzinkende eenheid van asfalt- en betonstroken.

Geluid van links naar rechts. Van rechts naar links.

Elke bult voelend in kermen van krakend ijzer en hard rubber.

Stomme koekoek! Hou je mond! Leg een ei in andermans nest.

Nieuwe dag, waarom overslaap jij je nooit eens?

Autisme Storm.