Bezoek die zomeravond

sunset Heemskerk beach 29-6-2019
Foto: Roel Oortwijn.

Ik las de kaartsleutel van zijn hart

Vannacht is het opendeur

Verward

Maar mijn ogen vonden een blik van geilheid

Wrede goesting in een duosprong

Bereid

Onze klodders speeksel verbroederden

Reünie toch nog geslaagd

Poederen

Zweetkorrels bedrukten onze getaande huiden

Zouden onze lichamen elkaar begrijpen

Duiden

Neen, het was een amuse-gueule

Maar het hoofdgerecht bleef achterwege

Valkuil

Het hijgen, de kreet, de teleurstelling

Wat was het motief van het bezoek

Zin

Het hart gaat weer op slot

De prins is even niet thuis

Bedot

Autisme Storm.

Mijn huis

Foto Robert Powers.

Ik mis het huis dat mijn thuis zou moeten zijn

Mijn werk, mijn routine en collega’s

Ik voel mij als een half jaar opgesloten

Elke dag lopen van ’s morgens tot ’s avonds

Bus af, bus op, bus af, bus op

Foto hier, foto daar

Als een walvis in een sardineblik

De voortdurende stress

Om te spoeden van hier naar daar

Van foto naar foto

De veel te drukke dag

Als een gevangene in Coconut Prison

Met handen en voeten vastgebonden

Gefolterd door de dagen

Waar maar geen eind aan wil komen

Kon ik maar terug gaan werken

Kon ik maar opnieuw naar huis

De drukte vergeten en mijn rust terugvinden

Ik zal blij zijn als we terug thuis zijn

Ik mis mijn dagelijks leven

Autisme Storm.

De niezende nietsnut

Een niezende nietsnut zit te niezen alsof zijn leven aan snottebellen vasthangt

Een door het leven doorweekte man

Met een falus en een status

Omdat ze zeggen dat het moet

De complimentjes smaken zoet

Zoals suikerbrood met bruine suiker en speculoospasta

Zijn falus en status gaan nog meer stijgen

Snottebellen van zijde die een oude geliefde opvrijen

Omdat de waarheid een leugen is

Die ’s morgens komt gluren en ’s avonds het licht uit doet

Zijn zoute lichaam hijst zich omhoog naar de bovenstad van de binnenstad

Om te perkamenten tussen vergeelde exploten uit vervlogen dagen

Om nietsnutten te verkopen twee voor de prijs van één

Toen dat nog kon en mocht

Maar de tijden veranderen

En alleen thuis speelt een andere ruis

Van snottebellen tussen de lenden

En het onnuttig noodzakelijke aan het aangename te combineren

In een wereld die alleen hij kent

En voor geen andere ogen bestemd

Waar de waarheid het haalt boven de alledaagse leugen

En hij het hef in eigen handen kan nemen

Autisme Storm.

Het leven: mijn eigen gril

Beeldig Lommel 2018

Foto: Sonja Hoeykens.

(Liedtekst:)

Ik had mijn eigen gril

En niemand die dat wil

Het was stil, het was stil, het was stil

Geen toekomst, honderd gaten

Dus vroeg ik aan mijn maten

Waar ze zaten, waar ze zaten, waar ze zaten

Toen opende het doek

Er ontstond zowaar een vloek

Ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek

Wat lekkers klaar gezet

Zo even weer aan zet

Wat een pret, wat een pret, wat een pret!

Toch bleef ik zo alleen

Met jeuksel daar be’neen

Aan mijn teen, aan mijn teen, aan mijn teen

Dus ‘k vroeg God ’n keer

Mijn hart doet zo zeer

Geef mij meer, geef mij meer, geef mij meer

En die ochtend diep in mei

Een vrouwtje kwam erbij

Aan mijn zij, aan mijn zij, aan mijn zij

Wij werden zo een paar

’t Leven begon toen aldaar

Het was waar, het was waar, het was waar

Ik zag Madame Zaza

En deed de mensen na

Blablabla, blablabla, blablabla

Zo zitten op één lijn

Zou dit het leven zijn?

Het leek fijn, het leek fijn, het leek fijn

Te vroeg ging ik zweven

Straks oud en spontaan beven

Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven

Wat werd mijn leven zwaar

‘k Verloor toen al mijn haar

Ik was klaar, ik was klaar, ik was klaar

Al die herrie thuis erbij

Dat maakte mij niet blij

Ik wil vrij, ik wil vrij, ik wil vrij

Toen kwam zij dichterbij

En zei toen tegen mij:

Papegaai, papegaai, papegaai

Autisme Storm.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Autisme Storm.

Ik was alleen

Drakenboom op Tenerife.
Foto: NadiaBE op Flickr.com.

Ik was alleen en vond toen samen. We waren jong. We werden oud. Jij gaf mij mijn benen en ik gaf jou mijn hand. Het werd een band. Ons verstand. Eindelijk aanbeland. In dit land.

Waar ik zocht en ik nooit vond. Waar jij vond, maar vergat te zoeken. Waar twee terug één werden. Versmolten in heden elk zijn verleden. De drakenboom wist, maar zijn ringen zwegen in de mist. De moerassen, de woestijnen, de steppen, het heelal om de hoek.

Het vinden van ver hier nabij op de deurmat een welkom en blijf. De deur op een kier, lekker dier blijf hier, voor plezier en vertier, voor luister en kluister, voor een knuf en een puf, voel je hier goed, want dit wordt nu ons thuis.

Na al die zware dromen eindelijk de ochtend aangekomen. In het licht van de wereld. De boosheid op schap, lach op de mond, opnieuw geluk in het rond toen ik jou daar zo vond.

Autisme Storm.

De aardse trollen

Als trollen uit moerassen gekropen.

Komen zij nieuwe handtassen kopen.

Willen zij aan luxe reukwater rieken.

Gaan zij rust en vrede verzieken.

Met veel lawaai, met veel kabaal.

Spreken zij een andere taal.

Een taal van koopjes en consumeren.

Tooien zij zichzelf in nieuwe kleren.

Een plicht, een noodzakelijk kwaad.

Als wezen het toch een goede daad.

En vraagt een promoboy van Amnesty.

Een gevangene in Nicaragua, kende gij die?

Dan roepen zij allen heel spontaan.

“Het zijn koopjes, loop toch naar de maan!”

Ons geluk kan niet meer stuk.

Met shoppen hebben wij het veel te druk.

In een nieuwe pyjama liggen wij straks voor de buis.

En ook dinsdag zijn wij zeker niet thuis.

Dan gaan wij allen naar het containerpark.

Met één jaar oude kleren van de Primark.

Lopen in kleren van vorig jaar.

Dat is niet om aan te zien, niet waar?

Met onze poen werken in India en Pakistan alle tieners.

Twintig cent per uur de groot verdieners.

Voor zestien uur werken kijken zij niet om.

En zonder school houden we hen lekker dom.

Wij hebben in elk geval nieuwe kleren.

En de rest kan ons niet deren.

Autisme Storm.