Een druppel

Foto: Jonne Kingma Fotografie.

Uit de schoot van de wolken

Kwam slechts één druppel met voorsprong

Ik dacht opnieuw aan het leven

Waarom had ik zo spoedig het ouderlijk huis verlaten?

God was mijn bestemming

Zou ik ontsnappen of weer in het stof bijten?

Mij binden aan het lot van iemand anders?

De tijd vloog voorbij zoals de wind

In het midden van de oceaan

De mond van een mooie oester opende zich

Een parel kwam tevoorschijn

Mensen aarzelen en denken

Als ze de ouderlijke stek verlaten

Maar de vlucht uit het vertrouwde huis

Kan nieuwe druppels uit wolken laten neerdalen

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Foto: Trikke Van Roey.

Hoe lang was het geleden?

Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden.

Hoe lang was het geleden?

Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken?

Een zerk ertussen.

Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging.

Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht.

En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen.

Zijn zaak en zijn hart begaven het.

Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen.

Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was.

Die elkaars hart hoorden tikken.

Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden.

In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt.

En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad.

De koeien stonden werkloos in de wei.

Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben.

En tofu en glutenvrij brood.

De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart.

De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven.

Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden.

Digitalisering. Computerisering. Online.

Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen.

De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen.

Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen.

Ze keek alleen in de bocht de andere kant op.

Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden.

Een mist stak op. Het werd weer avond.

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Zoektocht naar rust

Foto: Chris van de Merwe.

Het trachten, het zoeken, het verlangen. Het hopen te vinden van de rust, de stilstaande fase in een dagelijkse wedstrijd, een ratrace, een race tegen de tijd.

Het verlangen en het zoeken naar een quasi onbestaande tijdelijke toestand om deze eeuwig te laten duren. De rust zo ver weg, zo ver van hier en zo schraal en bitter weinig aanwezig.

Gestoord, verstoord worden door de verstoorders, hen die drukte, lawaai en onrust kwistig uitdelen als hing hun leven ervan af.

De druk van de dagen, weken en maanden vooruit vol plannen, volle agenda’s, sociale verplichtingen, ontmoetingen, afspraken, noodzakelijkheden, drukten in ons bestaan.

Cijfers van uren, cijfers van minuten, cijfers van dagen, weken, maanden.

Een rat race met mensen, bezige bijen omdat het moet, omdat we er onszelf toe verplichten.

De wanhopige zoektocht naar stilte, rust, bezinning, verandering, stabiliteit. Rust.

Het gezoem van bezige bijen, van slierten auto’s, tractoren, vrachtwagens, die alsmaar diepere putten maken in de wegen en het landschap. De rubberen banden die zich kapot verslijten aan het asfalt, betonnen straten en kiezelwegen. Het schuren tot het bot. Het gekreun en gezoem tot kilometers ver.

Autoloze, autoluwe dagen. Een zegen voor mens en machine. De zondagse rustdag. De zondag wordt uitgesteld tot de volgende vakantie. De volgende vakantie verbleekt voor een nieuwe vlucht uit de dagelijkse beslommeringen.

Het uitkijken naar verlof, pensioen en rust om als het zover is opnieuw deze momenten weer bomvol te boeken met taken, opdrachten, uitstappen, verkenningen, studies, verplichtingen, …

De hunker naar rust, de hunker naar actief bezig zijn, nuttig zijn voor onszelf en anderen, de maatschappij. Bezig zijn, druk zijn.

Wanneer mag Doornroosje weer gaan slapen? De boze wolf weer boos zijn? Roodkapje weer gewoon door het (Haller)bos wandelen? Zonder dit op Twitter of Facebook te moeten posten? Omdat iedereen het doet en we er ons toe verplicht voelen.

De asociale maatschappij die gemaakt sociaal wil doen. Alleen als iedereen het kan zien. Alleen dan.

Ik leef als ik twitter. Ik leef als ik facebook. Maar ik heb geen flauw idee wie de buurman is, de man of vrouw in de trein, in de winkel, naast ons. We zijn doof (dood?) als het geen likes oplevert. We weten niet meer wat we posten.

Facebook vertelt het ons wel een jaar later. Druk doen, druk bezig zijn, de tijd, ons leven verder doen of verdoen, nuttig of nutteloos bezig zijn omdat het moet. Omdat ze willen dat we het allen zo doen?

Autisme Storm.

De rennende student

Cross Country op 5 oktober 1980.
Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives –
Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.

De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.

Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.

Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.

De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.

De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.

Autisme Storm.

Drie vissen van Noha Obeid

Foto: Noha Obeid – blog.

Ik zag drie vissen van Noha Obeid

Aangespoeld vanuit het mare nostrum vrij geleid

Met Fenicische winden meegedreven op de tijd

Toen Baalbeck, Byblos, Syrus, Sidon en Tyrus

De Middellandse Zee omarmden aldus

Van Carthago tot Malta, van Gades tot Malaga

Zeevaarders en handelaren op in het kort hun saga

Cederhout en textiel, hars en veel wijn

Meer dan één God moest er beslist zijn

Om schapen te hoeden, hun wol te verkopen

Uit Iberië, Brittannië, tin en zilver in boten

Drie vissen die volgden hun reis naar daar ver

De handel, hun wandel, geluk en een ster

Tot ze denken wat is dat Kanaan, dat oude verhaal

De Fenische zeebonken, handelsvolk speciaal

Een reis naar het verleden

Drie vissen in heden

Autisme Storm.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.

Autisme Storm.

Allemaal figuren

Cirkels met een begin, maar zonder einde.

Draaien allen tezamen in mijn hoofd.

Als kronkelende monsters boven en beneden.

Ik wil ze sluiten, maar het lukt mij niet.

Ze draaien links, rechts, boven en beneden.

Grijze hoefijzers voor elke prikkel.

Elk geluid en achtergrondgeluid.

Elke stem ver en dichtbij, elke vorm, detail, tekst en kleur.

Komen samen als klank- en lichtspel.

Ik krijg geen cirkel gesloten.

Het blijven kronkelende wormen, grijze hoefijzers die in elkaar verstrengelen.

Laat mij even alleen. Ik moet ze ver weg gaan jagen.

Ze moeten weg. Ze zijn mij te veel.

Elke streling, elk geluid, elke vraag is mij te veel.

Een beetje boosheid nooit geleerd.

Als ik ontplof is alles woede.

Het is niet jou fout. Ik moet mij wapenen tegen al die kronkels, cirkels zonder einde in mijn hoofd.

Het maakt mij zo ontzettend moe. Het kost mij zo verschrikkelijk veel tijd.

Beter alleen de stille strijd. Dan nu een nieuwe lading vragen, woorden, strelingen.

Ik ben in oorlog met de drukke buitenwereld. Laat mij nu even alleen.

Ik heb nood aan rust; geen extra prikkels.

Dan wordt het helemaal te veel. BOEM! Dan ontploft alles in één keer.

Geen boosheid, maar mijn eigen schild.

Ik wil mijn angsten niet tonen en kan dit niet.

Het is ofwel ‘geen boosheid’ of ‘zeer grof geschut’. Ik zou niet weten wat er tussen beiden in bestaan kan.

Ik ben niet kwaad. Ik ben niet triest. Ik wil alleen weer baas zijn in mijn hoofd. Alle losse lijntjes weer eruit.

Ze zijn weer even weg. Ze komen terug. Een nieuwe dag, een nieuwe strijd.

Autisme Storm.