Hoe ver

Foto: Photowhan op Flickr.com.

Hoe ver is ver

Toen we nog dichtbij mochten zijn

Toen een badge nog magie had

Als tovenaar van een wit blad

Toen de dokter nog de krant las

En een nietje gemeen was

Het was weer druk in de cafetaria

Vol maskers, gel en schorten

Lekker Grieks gaan eten

En de rekening vergeten

Elfjes zien dansen op een ondergronds feest

Hoe plezant was dat niet geweest

Vergaderzalen zoeken, onze dagelijkse hit

Teams weet nu in welke bureaustoel jij zit

De trein weer eens op tijd

Als hij de kamer ernaast binnen rijdt

Hoe dichtbij is vlakbij

Met alle collega’s aan mijn zij

Autisme Storm.

Eindhalte van lijden

Foto: Sean Sandoval.

De koude lucht kneep in het frele lichaam

Wakker worden kon niet meer

Het was te vlug en te langzaam gedaan

De weken werden minuten

En de minuten werden jaren

Het ongerepte lichaam snakte naar meer

Tot meer opeens niet meer wou

En de trein van leven tot stilstand kwam

Eindhalte van lijden

Autisme Storm.

Pamban beach

Foto: Dietmar Temps.

Verborgen tevoorschijn in het blauw

Van zee, hemel en visnet

Op het strand van Pamban

Waar ze nog vissen als ze leven

En leven als ze vissen

De Indira Gandhi brug toeristen verwelkomt voor een plaatje

Betonnen en ijzeren wegen samensmelten tot hun maatje

De gladde huiden de ruwe rotsen verbergen

Onder hun getaandheid en onder de blauwe zee

Verborgen het lijden van toen

De Shiva goden van Ramanathaswamy waren ingeslapen

En de Rameswaram cycloon langskwam om de trein te zoenen

Twee dagen voor Kerstmis om middernacht

Werd Dhanushkodi een spookstad in India

Waar mensen en treinen vergingen

Toen de staart van 1964 een slachtpartij beging

Autisme Storm.

Twee zwanen

Twee zwanen op het meer

Die dobberden heen en weer

Toen kwam de trein voorbij

Met mensen nimmer blij

Autisme Storm.

Twee zwarte ogen

Twee zwarte ogen beloerden mij in de trein

Wat zou er zijn? Wat zou er zijn?

Die koele blink van dat halve gezicht

Zonder emotie, zonder licht

Zwarte kijkers recht naar mij gericht

Veel te koel, veel te dicht

Wat had ik misdaan, wat deed ik fout?

Ik braaf en lief als een hertebout

De vragen kwamen, maar antwoorden op slot

Waarom dat kille moment weet enkel God

Autisme Storm.

Hoe donker is de nacht

Foto: Paul Moore.

Hoe donker is de nacht

Als de ochtend niet meer lacht

Als je het licht niet meer ziet

Tussen al dat grote verdriet

Als iemand het heeft donker gemaakt

En aankomende trein je auto raakt

Als je niet meer kan vertrouwen

En het leven gaat vernauwen

Tot opeens twee straallichten

Die de afstand snel verdichten

Een enorm lawaai een enorm klap

Wat rest een drama op Google Maps

Hoe jong je was

Hoe goed je de regels las

Je wou van alles doen, je wou vooruit

De toekomst verwrongen staal, gebroken ruit

Als engel moet je leven

Te vroeg, te zeer bedreven

Een vriend kwijt, een verlies zo groot

Om een onschuldige, nu plots dood

Autisme Storm.

Een grijze golf van mist en dauw

Scherenwelle.
Foto: JW Brink.

Een grijze golf van mist en dauw overspoeld het vlakke weiland.

De zon gaapt een lichtrode adem boven het aards bestaan.

De trein kent zijn bestemming en hobbelt tussen bomen en akkers.

Een vlucht van het platteland naar de grootstad.

Een nieuwe geeuw van de ochtendzon duikt onder de wolken en streelt moeder aarde.

De trein ruikt zijn maatjes en snelt naar de hoofdstad.

De grijze golf verliest het gevecht met de rode vlammetjes.

Het blauwe uur tussen dag en nacht maakt plaats voor een zonnige herfstdag.

De stad krijgt zijn kleur, de nacht verdween langs de achterdeur.

Autisme Storm.

Meisje in de metro

Foto: Tald Khatib.

Je komt toch altijd dezelfde mensen tegen op het perron en in de metro. Het meisje met de kastanje bruine paardenstaart. Waarbij je je afvraagt hoe haar dikke vette ronde kont ooit in haar jeans past en wanneer ze uit haar jeans gaat springen.

Met haar kartonnen zakje en haar bruine lederen handtas gemaakt door achtjarige kinderen in Bangladesh in mensonterende omstandigheden.

Met een aura van ontgoocheling, woede, verdriet van ik, Calimero, tegen de boze collega’s en bazen op het werk. Haar moeilijke relatie met haar jeugdvriend. De dominerende moeder en de afwezige vaderfiguur en het negativisme van een bus Okra-leden drie uren in de file, in dat vrouwelijk lijfje.

Ze werkt niet bij ons hoor. Maar ik zie ze wel dagelijks in haar strijd, vol nijd, tegen haarzelf. De misnoegdheid van het topje van haar strandschoenen tot de kleinste vezel in haar bestaan.

En dan is er ook de grote dikke loebas die in Aalst de trein neemt. Wit t-shirt drie maten te klein voor zijn dikke buik en navel op de voorgrond zijn nek uitsteken naar de pendelaars. Dag navel, dag dikke man. Met je bruine short en opgeblazen gezicht net alsof je er en half uur met een fietspomp in gepompt hebt. Haren zoals Johan Verminnen, maar het voorste deel van het hoofd goed kaal. Gezicht van een verdronken vlinder in de Kalmthoutse heide. Zoals de ark van Noach; iedereen mag mee.

Autisme Storm.

De rennende student

Cross Country op 5 oktober 1980.
Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives –
Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.

De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.

Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.

Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.

De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.

De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.

Autisme Storm.

Toendra

Foto: florisla op Flickr.com.

Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.

Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.

De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.

De trein schokt vooruit over elke bubbel.

De dikke pelsen frakken bieden nauwelijks weerstand en de ijzige ademwolkjes verspreiden zich als de smoor van Havaanse sigaren in de donkere treincoupé.

Het houten bankstel kreunt met elke nerf mee als een vergane matroesjka.

Aan de wekenlange ijskoude lijkt maar geen eind te komen.

De loodzware winter van dood en verderf heeft genadeloos toegeslagen.

Mens en dier, machine en leven vechten met de duivelse winter een strijd om overleven uit.

Niemand zal straks ongehavend de lente beminnen als het aanschouwen van een Russische ballerina in het theater van Moskou.

De winter zal sterven, de lente zal met stille tred op het voorplan treden.

De littekens van de witte hel zullen nog maanden meeslepen in de ontwakende toendra van morgen.

Autisme Storm.