
Denken aan de tijd toen het leven simpel was
Dat niets verbazen mag
Dat alles gepland, geregeld was
Denken aan de tijd dat volwassen nog niet was
Autisme Storm.

Denken aan de tijd toen het leven simpel was
Dat niets verbazen mag
Dat alles gepland, geregeld was
Denken aan de tijd dat volwassen nog niet was
Autisme Storm.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was
En niemand sprak over een piek of iets afvlakken
En je creativiteit niet werd gefnuikt
Door Corona doden en statistieken
Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen
Zonder afstanden of meters te tellen
Te wachten op mondkapjes uit China
En toestellen om weer op adem te komen
Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen
Omdat ze gewoon oud werden
Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes
En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes
En met dwaze informatie onze handen wasten
Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren
En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken
Want dat waren ze nooit gewoon
Met als enige voordeel dat we dit jaar
Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken
En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda
Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken
Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort
De enige open parken zijn autostrades geworden
Van ontregelde mensen en psychopaten
Die zich verbazen over hun eigen spiegel
Van agenten die niet langer op boeven jagen
Maar op alles wat sociaal in de omgang is
Van regels die vloeien uit een gewond dier
En schreeuwen in een donkere nacht
En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis
Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn
Omdat we leven in andere tijden
Met zekerheden die pootje gelapt zijn
Met conflicten die verengen in tijd en ruimte
Exploderen in de woonkamer
Ontgroenen in de supermarkt
Tot niemand nog de moed kan vinden
Om de dag van gisteren toe te dekken
En het bed vandaag weer op te maken
Autisme Storm.

(Liedtekst:)
​​​​​Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch bleef je mij verbazen
Als een storm rondrazen
De spiegel jou wereld
Als een slaapnachtkus
.
En als ik nu mag spreken
Dat laat ik je weten
Dat laat ik mij gaan
Als een geile krielhaan
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch bleef je mij negeren
Als een zak vol kleren
Jou vrienden jou keet
Als een eigen planeet
.
En als ik nu kon kiezen
Dan wil ik niet verliezen
Dan wil ik bij jou zijn
Met een half glas wijn
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch loop je met die knapen
Met een jeans vol gaten
Kijk maar naar ze op
Als een buikspreekpop
.
En als ik nu kon toveren
Dan wil jou veroveren
Dan wil ik er zijn
Als jou lichtkonijn
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Je ging toen lopen schat
Naar een grote stad
Vijf kerels een kat
En een heel groot bad
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
Autisme Storm.

Het leven heeft veel lagen
Het blijft ons steeds verbazen
Steeds zijn zovele vragen
Hoeveel rest ons nog aan dagen?
Autisme Storm.
Opgedragen aan Robby, klasgenoot van het secundair, gestorven op 42 jaar. RIP.

Oh gij domme haze.
Waarom blijft gij mij steeds verbazen?
Waarom loopt gij zo snel?
En denk ik: die doet de huppeldans wel.
Traag zoudt gij nog steeds bestaan.
Maar met die snelle jagerskogel is het leven nu gedaan.
Waarom moest gij zo nodig lopen?
En dit nu met uw leven bekopen?
Haas(t) en spoed is zelden goed.
Het is de traagheid die ’t ‘m doet.
Autisme Storm.

Als een sfinx in het groene gras
Als een mythisch wezen aan een kleine waterplas
Half konijn, half ridder der groene velden
Komt hij al huppelend aangesneld
De wachter van bos en struikgewas
Verscholen, waakzaam in zijn sas
Geschapen door Amon, een blazende Nijlgans
Kreeg nietswetende haas zijn huppeldans
Wachtend op een nieuwe tempel en vaste stek
Vroeg Chnoem aan koning Djoser
De Nijl is droog al zeven jaren lang
Ik ken de oplossing, wees niet bang
Geef mij en Amon een groots paleis
En ik geef u het Egyptisch paradijs
De Nijl zal weder overstromen
Aan uw macht zal geen einde komen
De graansikkel zal schitteren tot het hemelfirmament
Het volk zal niet langer morren en is weer content
Geef mij als offer: bier, broden, ganzen en ossen
En ik zal u uit uw nachtmerrie verlossen
Ik geef u hazen, het zal u verbazen
Het recht te beslissen, een Nijl vol met vissen
Het graan tot de nok, koester geen wrok
Voor mij geen houten barak of steengroeve zo grijs
Geef deze ramkop een pottenbakkerij, een paleis
Laat werklieden en kooplui betalen
Voor prachtige paleiszalen
Amon en Chnoem zijn u dankbaar
De oogst en geboorten voor u ons gebaar
Dus laat vos en haas maar komen
om over het oude Egypte te dromen
Autisme Storm.