De oude man in Amsterdam

Foto: John Kwee op Flickr.com.

Een gesloopte oude man,

berimpeld als de bank onder hem,

herkauwde zijn stad Amsterdam

van mistroostigen zonder stem.

Met pet en baard hun ochtendtoer

duwden ze karren over smalle steegjes

de bakker, de vodde- en de eierboer

en brachten hun laatste weetjes.

Toen een fiets nog houten banden had,

onze vaste hand kon schitteren met tollen,

we zakdoekje legden en niemand het zag

en met knikkers en bikkelen niet lieten sollen.

Daar zagen we van de goede werken lief

een weesmeisje vluchten door de achtertuin

voor deportatie dwars en repressief

kinderlachjes geselecteerd tot doodspluim.

Autisme Storm.

Opgesloten

Foto: Dylan J. Kurzawa.

De pijn om het verdriet

Dat jij niet ziet

Dat er altijd is

Gewis

Angst om niet alleen te kunnen zijn

Opgesloten in een voortrazende trein

Mensen als huilende wolven in de wind

IJzeren platen die schuren over het grind

De hunker naar een leeg glas

Toen alles stil en rustig was

Je stervende ziel dag na dag

Zij enkel horend hun beklag

De leegte van het bestaan exploderen

Doornvogels zonder pluim of veren

Levend begraven in hun drukte

Uit mijn eigen wereld weggerukt

Een laatste adem om te vluchten

Naar waar ze elkaar niet kusten

Autisme Storm.

Anonieme gelukzoeker

Foto: Rafa Velazquez.

Door de nood zwaar in het rood

Ellende aan een radeloze vlucht ontsproot

Eenzame sardien in een helse vloot

Overleef je of wordt het de dood

Jou hart moeders’ smart

Jou leven te vroeg getart

Verzuip jij als een onbekende

Die vluchtte en rende

Geen letter over jou in de krant

Radeloze op zoek naar een land

Waar alles beter zou zijn

Naar een paradijs zo fijn

Maar haal je ooit de bestemming

Of cirkel je in een doodsring

Een kans zo klein

Ontvluchten die pijn

Armoede, oorlog en geweld

Leven op een vuilnisbelt

Een hart van hoop

Een toekomst te koop

Een verleden begraven

Een dorst snel laven

Maar hoe onzeker is de toekomst

Een boot als een zeepspons

Golven te hoog

Dromen te groot

Het verre land ligt te ver

Enkel rest ons een ster

Die in jou naam zal schijnen

Wanneer jou leven zal verdwijnen

Vluchteling je stierf niet alleen

Voor jou geen traan, geen geween

Een anoniem graf in een havenstad

Want ze hebben het gehad

Met zij die zoeken en vluchten

Waarvoor we niet langer zuchten

Maar aanvaarden wat niet te aanvaarden is

Ze hebben pech, ze hebben het mis

Ze mogen zinken en verdrinken

Zonder knipperen of verpinken

Hun dood heeft immers geen waarde

In onze steen van harde aarde

Autisme Storm.

In de luchthaven

Foto: neochi-neer op Flickr.com.

In de luchthaven

Naast een vergeten rijstveld in Vietnam

Stromen passagiers gemoedelijk toe

Voor één van de vijf vluchten die dag

Tokkelend op hun nieuwste speeltjes

De tijd verdoen met niets-doen

Blauwe linten rijgen paadjes samen

Waarlangs het passagiers-vee mag lopen

Naar een nieuwe bestemming

Of nieuw oord te ontdekken

.

Een dametje in een roodglanzend jasje

Deed een kort pasje

Naast het tasje

Vond er fris zonder jasje

En was terug in haar sasje

.

Zoekend naar morgen

Bleef hij vandaag

Verzonken in gisteren

Toen alles nog goed ging

Hij kon genieten van zijn zin

Die de laatste liefde uitblies

Alvorens verdriet en plots verlies

Verzonken in het gemis

Verlaten, verloren, zo wis

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

De koekoek

Foto: Willem Hoogsteen.

Koekoek, dag vogel, wat is er met jou?

Dag vogel, dag beest, straks ben je er geweest.

Maar roepen en roeken.

Maar vloeken en vluchten.

Geen verantwoordelijkheid, geen zorgen.

Jou ei in een ander nest vanmorgen.

Jij die mij test, roep niet zo hard.

Vijf vogels op een rij, maar jou kreet erbij.

Laat hen ook eens zingen, niet altijd verdringen.

Ik ken jou verhaal, het is zo banaal.

Mijn oren gaan sidderen, jou kreten fataal.

Koekoek met honing, pluimvee voor koning.

Met jou bestaan is het gedaan.

In de stoomoven nu gans vooraan.

Op de voorgrond wou jij altijd treden.

Had dan mijn oren best vermeden.

Gekruid met lookboter, dat is nu mijn zegen.

Autisme Storm.