Op de atletiekpiste

Foto: dickgrayson66 op Flickr.com

Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.

Ze denken dat ze alles zien en weten.

Maar ze blijven toeschouwers.

Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.

Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.

Hun hart en zweetdruppels voelen.

Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.

Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.

Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.

De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.

Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.

Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.

Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.

Advertenties

Het gemis van de woestijn

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de woestijn.

Elkaar verstrengelende wurgende planten.

Wat moet ik ermee? Ik mag er toch niets mee doen.

Rommel en rotzooi. Grijpend naar elke vierkante centimeter lucht.

Als kolonisten de binnenkoer bezetten als een gebetonneerde settlement.

Elkaar verslindend. Groene vampieren van de dag.

Muur en schutting, ruimte, breedte en hoogte opetend. Als groene koekiemonsters.

Ik mis de woestijn. Alleen zijn en eenzaamheid.

Het gewone geluk gekleefd als een stabiele trilling in een landschap van steppe en woestijnduinen.

Naar ongezuiverde kerosine ruikende highways van Amman tot Petra.

Een landschap van verdorde twijgen, autobanden, autowrakken en verlate wegrestaurants, autowerkplaatsen en théehuizen.

Kilometers van stof en zand en rust in mijn hoofd.

Het sociale koekiemonster eet al mijn weekends op.

Ik hunker naar rust en stilte.

Geen jojo die op en neer gaat.

Geen storende mug op de slaapkamer.

Een oneindig aantal sociale verplichtingen met een bord vol koetjes en kalfjes chocolade.

Ik voel mij leeg van geest en vol van hoofd.

Een marteling van vrijdagavond tot maandagmorgend.

De uren aftellend dat het weekend eindelijk is afgelopen.

Ik voel mij opgesloten en onnuttig in het weekend. Als een aap in een kooi.

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ik mis de routine. Ik mis elk overzicht, elke controle, elke regelmaat.

Het weekend doodt elke creativiteit, elke zin van ons bestaan. Ik wordt niet gelukkig van weekends.

Het weekend duurt twee dagen te lang. Van nutteloos gekwebbel, gezucht, verplichtingen, gezeur en rommel.

Ik moet mijn hoofd leegmaken van maandag tot vrijdag om het weekend te overleven. Het bomvolle weekend voelt leger dan leeg.

Rondjes fietsen en de pedalen verliezen tot je ter plaatse blijft trappelen.

De onrust, het altijd moeten, het altijd zijn, de noodzaak te leven – of is het langzaam sterven voor mij – breekt mijn hart en vult mijn hoofd met rommel.

Overvolle weekends wurgen al mijn creativiteit, eigenheid, mijzelf, …

Een marionet met handen en voeten gebonden. Bespeeld door anderen. Geleefd. Moe van geleefd te zijn. Doodmoe.

Verlangen naar rust die maar niet wil komen. Een zoektocht naar een sprankeltje mijzelf zijn. Mij nuttig voelen.

Niet meegesleept te worden in de heksenketel van rush, van vrijdagavond tot maandagochtend.

Wurgende planten, versmorende agenda, keelgrijpende weekends. Ik haat het! Ze doden mijn eigen ik.

Ik wil gelukkig zijn in het weekend. Blij zijn en voldaan zoals anderen. Ik mis mijn werk, mijn regelmaat, mijzelf.

Ik herken mij niet meer in de spiegel. Het glas is dof en mat.

Waar ben ik gebleven? Wanneer kan ik weer leven?

Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.
Foto: Driving Dutchmen – Flickr.com.

Ooit was ik de snelste

Ooit was ik de snelste en ooit zal ik opnieuw de snelste zijn.

Ooit was er een kracht groter dan dag en nacht.

Dag en nacht zouden in het niets verdwijnen door deze kracht.

Dag en nacht zijn uitvindsels van de mens.

De mens in al zijn beperkingen en zorgen.

Denkt alleen aan gisteren en morgen.

Wie de grootste kracht kan voelen.

Zal bereiken de allerhoogste doelen.

Wie zal leven in heden tracht niet naar Eden.

Ons aards’ bestaan is een doekje.

Minder dan een letter in een oneindig boekje.

Ons lichaam is een last.

Gooi het weg, onnodig ballast.

Alleen wie zijn lichaam kan verlaten.

Die zijn karma zal optimaal baten.

Sneller dan het licht en het geluid.

Komt de ziel het aardse lichaam uit.

Een kracht, geen atoombom kan dit aan.

Een snelheid, alle hindernissen uit de baan.

Een lichtflits, mooier dan de mooiste fee.

Een bereik, geen afstanden tellen nog mee.

Alles begint waar alles eindigt.

Alles geneest waar alles pijnigt.

Ziekte en pijn zijn alleen op aarde.

Elders hebben zij geen enkele waarde.

Wie de aarde kan loslaten heeft een oneindig aantal nazaten.

Sneller dan het licht zal ik straks vliegen.

Krachtiger dan een explosie mijn beperktheid verliezen.

Een korrel in de woestijn zal mijn lot weer zijn.

Kleiner dan klein en groter dan groot.

Het mooiste lichaam heeft afgedaan.

Slechts een schuilplaats van het aards’ bestaan.

Komen zal ik opnieuw, komen zal ik altijd.

Ontdekken en beleven, het lastdier en de vrijheid.

Het leven heeft geen zin, als een ring heeft een begin.

Veel zwaarder dan elk water is ons denken aan steeds later.

Later is pas hier als drie is een vier.

Waarom denken aan morgen, een stad van 1.001 zorgen?

Wie leeft zijn eigen leven, bereikt de grootste zegen.

Geniet, beleef vandaag. Morgen is te snel en gisteren was te traag.

Ze begrijpen mij niet

Ze begrijpen mij niet. Ze proberen mij te begrijpen door alles op papier te zetten hoe zij naar mij kijken en wat ik hun vertel.

De vette inkt wordt weggevaagd. Wat hen opvalt uitvergroot. Maar ik ben ‘ik’. Ik ben geen test, geen proefkonijn. Alles kan je niet weergeven op papier. Ik heb veel meer talenten en mogelijkheden dan te focussen op tekortkomingen of mijn ‘anders zijn’.

Ik ben ‘ik’ en ik weet hoe ‘ik’ eruit ziet en hoe ‘ik’ voelt, hoort en reageert. Als je niet ‘ik’ bent, kan je niet zoals mij voelen, horen en waarnemen.

Dus elk papier is waardeloos omdat het van de ‘boze buitenwereld’ vertrekt. Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de loper. Je denkt dat je alles ziet en weet, maar je blijft een toeschouwer. Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Je zal nooit aanvoelen hoe de lopers voelen en waarom ze beginnen te sprinten, versnellen, vertragen. Hun hart voelen en de zweetdruppels horen tikken bij elke stap.

Je blijft een toeschouwer. Je denkt dat je het ziet, maar je ziet en voelt niets. Alleen de loper kan voelen hoe verzuurd zijn bloed is. Wanneer zijn hart uit de borstkas bonkt. Hoe de loper denkt te winnen en waarom hij opeens versnelt, vertraagd of de andere inhaalt.

Je voelt nooit zijn inspanningen, de weg die hij moet betreden naar de top en het geluk dat hij ervaart tijdens het lopen of vertragen. Alleen hij weet waarom.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.