Koud

Foto: Heili Rüütel op Flickr.com.

De winter sneed door mijn polsen

Krassen bezoedelt vrieswater

die mij deden huiveren

dat het einde slechts het begin was

van een seizoen dat mij smoorde

.

De winter wurgde mijn strottenhoofd

Als een volmaakte killer

zonder ooggetuigen,

weg van de commerciële zender

en breedbeeld-tv

.

Als winters konden praten,

dan zwegen ze …

.

Als winters konden geeuwen,

dan spuwden ze vuur

.

Maar winters zijn bedrogen minnaars

die auto’s bekrassen des avond,

brand stichtten met een kaars

en lippen verdrinken met vurige mond

.

Gemeen als een kogel

verborgen een vogel

geen leven mag komen

alleen sterven daarboven

.

Winters zijn gemeen

als een slang in november

die blijft kronkelen tot maart

.

Winters lijken eeuwig

en eeuwig is lang

Autisme Storm.

Mijn vogel

Foto: John op Flickr.com.

Mijn vogel lief, mijn lief
waar ben jij als ik zoeken ga,
als ik je niet vinden kan,
dan heb jij mij al gevonden al.

Want jij bent nooit ver weg,
jij bent altijd dichtbij,
als ik denk je zoeken moet,
dan heb jij mij al gevonden snel.

Als ik merk, je zit weer in de lucht,
dan kwetter jij al vlug,
’t was koud zo aan de grond,
dus nam ik maar de vlucht.

Ach vogel, waarom jij
waarom zo ver van mij,
verloren pluim, sneeuwpoot
het leven lijkt wel dood.

Een wolk, ze dreef voorbij
een hond, die keek naar mij
een kind, dat zocht een bal
maar vinden lukte niet.

Acht vogel, hartendief
de wind, die stal mijn lief
doch treuren hoef ik niet,
je zit gewoon naast mij.

En als je weer eens vliegen gaat,
mij in de steken laat,
dan schijnt voortaan de zon,
in mijn hart waar alles begon.

Autisme Storm.

Foute keuze

Foto: Belchior Golotsutskov.

Meegezogen in het lege bestaan

Van grijzen die geen kleur bekennen

Corona dronken in de eigen waan

Van feller vliegen en gekker rennen

Met gebroken o-poten op de skilatten

Likkend aan dezelfde portozegel

Immer bezatten, nimmer bevatten

Dat hoogvliegers ook laagtes hebben

En alleen blinden jou kleuren zien

Vogel, waarom hoogmoed wedden

Plagiaat van Oudgriekse scene

Autisme Storm.

Te proper gewassen

Foto: VincentYee Resident.

Te proper gewassen, vergeten te schoon

Verloor ik de onschuld, bleef het een droom

Mijn huis was ik kwijt, ik barstte van nijd

De fouten begaan, te laat al die spijt

Mijn lichaam was bleek, ongezond zo het leek

Ik zocht naar een naald, ik schopte vaak keet

Te lang en te veel, geduld met mij gehad

Het huis werd een riool voor deze drugsrat

Ik zocht naar mijn aders, ik spoot er weer in

Even geluk, roes, had het leven weer zin

Kwam mijn duivel weer kloppen

Denk nu niet aan stoppen

Het huis van een junk, een thuis ooit gehad

Riool nooit meer proper, een vogel voor kat

Autisme Storm.

Man met een bijl

Lumberjack.
Foto: Drew Osumi.

De bebaarde hipster met een bijl over de schouder

Voelde het door zijn rode ruitjeshemd alsmaar kouder

Voor de winter in Alaska zou toeslaan

Ging hij lang en ver van huis vandaan

Met euthanasie verlossen van zij die lijden

En hartverscheurend in de bossen wegkwijnen

Zijn Caterpillars kraakten de noten van de sneeuw

Een slechtvalk kirde over de Yucon rivier

De snelste vogel nog even hier

Om over de rotswanden te zweven

Alvorens naar Zuid-Afrika te begeven

De hipster houthakker had het begrepen

Zich als God door zijn zware taak te slepen

De keuze maken tussen levenden en doden

Voor trauma’s die geen uitweg boden

Zoals mensen die niet meer genezen

En hun laatste uren vrezen

Zo genadig moet een boomhakker zijn

Het aanhoren van leven, wonde en pijn

En als ze doodgaan dan maken we een kruis

Voor hun nabestaanden of een nieuw huis

Autisme Storm.

De leeuwin

Foto:Johnny Cooman.

Verborgen tussen het groen

Van de laatste restjes omwalde stad

Een schim, een bevlekt jong

Beschermd voor de ochtendjacht

Als moeder moet gaan rennen

Impala, gazelle, zebra en buffel

Bliezen ze van grasvlaktes en savanne

Wurgden of verstikten alle rivalen

Maar zij, zonder manen, nu heel alleen

Goudkleurige ogen, zandgele vacht

De staart al in balans

Brede kop, korte snuit

Zal zij een vogel of rat vinden

Daar in het Lepoldpark

Autisme Storm.

De gure nacht

Foto: jackfre op Flickr.com.

In dat verre oord

Om tien twaalf uur

Brandt ’s avonds de lamp niet

Ontwaakt de ochtend niet

In het midden van de nacht

Wordt er druk gekocht en verkocht

Door diegene die alleen naar huis toegaat

Het licht van de boomschors

Is verborgen in die vogel op het veld

De wind blies aan de kant van de weg

De achtervolging in

Niemand kijkt toe

De slechte lucht kwam op een dwarsfluit

De bamboe verwelkte

De boot nachtte het verlaten in

De roep van een enkele kraai

Hoeveel voetafdrukken en hoeveel paarden

Versleten de weg van het pad

Iemand kwam terug

De dag bleef niet tot het einde

De weggelopen koper

Liep hand in hand met een stille pijn

Het constante dramaspel

In open lucht

Iemand huilt, iemand zegt ‘het gaat niet goed’

Maar de wegloper hij doet

Altijd hetzelfde spel

Van liegen en bedriegen

Tot de ochtend aan de voordeur klopt

Of niet meer klopt

Autisme Storm.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Autisme Storm.

De koekoek

Foto: Willem Hoogsteen.

Koekoek, dag vogel, wat is er met jou?

Dag vogel, dag beest, straks ben je er geweest.

Maar roepen en roeken.

Maar vloeken en vluchten.

Geen verantwoordelijkheid, geen zorgen.

Jou ei in een ander nest vanmorgen.

Jij die mij test, roep niet zo hard.

Vijf vogels op een rij, maar jou kreet erbij.

Laat hen ook eens zingen, niet altijd verdringen.

Ik ken jou verhaal, het is zo banaal.

Mijn oren gaan sidderen, jou kreten fataal.

Koekoek met honing, pluimvee voor koning.

Met jou bestaan is het gedaan.

In de stoomoven nu gans vooraan.

Op de voorgrond wou jij altijd treden.

Had dan mijn oren best vermeden.

Gekruid met lookboter, dat is nu mijn zegen.

Autisme Storm.

Vriend de vogel

Oh vogel, klein, maar fijn.

Zoudt gij vandaag mijn vriendje willen zijn?

Gij met uwe grote staart.

Wat kost dat ding, wat is het u waard?

Oh vogel, klein maar fijn.

Zoudt gij vandaag mijn vriendje willen zijn?

Ik ben jaloers op uwe staart.

Hij is nog langer dan die van een paard.

Van waar hebt gij al die vederen vergaart?

Ze geven u schoonheid, kracht en zoveel vaart.

Ach, gij schrijverke, ik stond vanmorgen op.

Ik had opeens twee pluimpjes op mijne kop.

Waarom met al uw wijsheid zegt ge daar niets van?

Met uw intelligentie zoals water in een kan.

Nee, gij kijkt alleen naar mijne staart.

En vraagt mij constant ‘wat is hij waard?’

Ik zal u zeggen heel stil en fijn.

Wat mijn pluimenstaart waard zal zijn.

Hij is nog minder waard dan klei.

Maar vooral, hij is en blijft van mij!

Kijken naar mijn staart mag je oh zo veel.

Maar betalen en krijgen is niet uwe deel.

Dag schrijverke, zeg, tot ziens ik vlieg nu weg.

Autisme Storm.