Begrip om ik

Foto: Mela’s Gallery.

Waar was jij toen ons eerder ik was

Omdat ik graag alleen ben

En dus anders

Omdat alleen zijn al zo druk is

En ik wil schuilen voor de boze wereld

Waar waren zij toen ik geen energie had

Omdat er een tsunami aan prikkels was

En ik werd verdronken

Omdat indrukken verwerken zo tijdrovend is

En ik rust nodig heb voor mijzelf

Waar was de wereld toen ik hulp riep

Omdat het mij te veel werd

En hun verbijstering mij wurgde

Omdat ze niet wilden begrijpen

Dat een autist alleen begrip vraagt

Autisme Storm.

Zoeken naar licht

Foto: Lunis’s Dollhouse.

Ik vond de zoetheid in het witte licht

Van een broeihete ijskast

Omgeven door speeltjes die leefden

In een verleden en toekomst

Waar beertjes zaten in het brood

En vlinders dartelden olifanten groot

Ik vond de zuurheid in het gele licht

Toen de ijskast begon te smelten

En fonteintjes keukenmieren deden laven

Aan jenever met citroenijs

Van een kofschip dat niet wou drijven

In de zwaarte van het heden

Ik vond de zachtheid in het groene licht

Toen marsmannetjes stonden te wachten

Met witte mondmaskertjes op de lijnbus

En ze vergaten te vragen

De eindhalte van hun avontuur

In vond de rust in het zwarte licht

Omdat niemand daar knipperde

De was daar droogde en weekte zonder draden

Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer

Na de staatsgreep op de lente

Die we nog steeds niet konden aanvaarden

Autisme Storm.

De zoektocht

Pristina in Kosvo.
Foto: f.x. op Flickr.com.

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Met standaard woorden en gekende vragen

Een elektronische snelweg van verloren dagen

Met leugens, gefake, afwerpen van meerdere lagen

Zo naakt en zo bloot

Zo klein en zo groot

Ik zocht en verloor

Geen liefde, maar goor

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Versleten mijn jeugd, mijn jonge adonis dagen

Het was geen verhaal

Het was heel banaal

Veel verdriet en veel pijn

Waar ik niet hoor te zijn

Het zoeken, het vragen, het snel willen behagen

Een verslaving van begeerte die velen beklagen

Een dondere ziel komt zomaar naar boven

Waar men alles en meer zal gaan geloven

Een muisklik, een sweep

Om aandacht hij riep

Doch bespot door een creep

Zijn vertrouwen een vergiet

Autisme Storm.

De kans

Foto: Elly Snel.

Het blijven zoeken naar een verleden

Met elk laagje overhoop gelegen

Met zoveel vragen, zoveel zorgen

Altijd gisteren, nooit eens morgen

Het harde metaal krast over zieke zielen

Ze hielden ons voor gek en randdebielen

Ze deden ons wat aan, elke dag en elk jaar

Achter elke hoek angst voor ieder gevaar

Verscholen in een schelp zo diep

Die onder zee om hulp riep

Tranen gelaten, smart en veel pijn

Waarom nog leven, waarom nog zijn

De stekker eruit, de stekker erin

Afscheid genomen, een nieuw begin

Laat ons de zorgen, laat ons het verleden

We beginnen opnieuw, we kijken naar heden

Wat was komt nooit meer helemaal goed

Maar herpak je met kansen en nieuwe moed

Kijk nu vooruit, vergeef hen die kwaden

Ze wisten niet beter met domme domme daden

Spring er zelf in, het leven opnieuw

Je hebt nu een kans, je hebt nog een ziel

Autisme Storm.

Zinloos zoeken

De vermoeidheid van het zinloos zoeken

Naar een betere wereld die niet van deze wereld is

Het najagen van dromen die jou achtervolgen

Naar een aards paradijs dat niet aards en paradijselijk blijkt

Maar een last op verdwenen schouders

Afgesleten en afgehuild door door de jaren

Het besef dat elke uitspatting jou lichaam versplinterd

Als een wrak dat wraak neemt op de vrede

Een zoektocht als een Dodentocht met kruisen

Doorkruisen wij elke redelijkheid en zeden

Om te verdwalen in een verdwaald bos

Dat jou de weg komt vragen

Om te horen zeggen:

Ik keer om naar waar het begon

De toekomst ligt in het verleden

Toen de toekomst nog simpel was

En het verleden de inspiratiebron van heden

Autisme Storm.

Het leven: veel lagen

Foto: mario dsn 45 op Flickr.com.

Het leven heeft veel lagen

Het blijft ons steeds verbazen

Steeds zijn zovele vragen

Hoeveel rest ons nog aan dagen?

Autisme Storm.

Opgedragen aan Robby, klasgenoot van het secundair, gestorven op 42 jaar. RIP.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Zo verdomd alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Autisme Storm.

Foto: Camilla Nilsson.

Ledlampjes in de kerstboom

De dorpen als ledlampjes in de kerstboom.

De straten als spaghettipieten in het bord.

De huizen als ontbijtgranen. De mensen als korrels zand.

Het verhaal is flou.

Ledlampjes, spaghettipieten, ontbijtgranen, zand.

Ze flitsen door elkaar. De één naar hier, de ander naar daar.

Komen ook de kerstballen en slingers eraan.

Met nogmaals hun eigen verhaal.

Vraagt moeder Maria ‘Waar is die herberg om naartoe te gaan?’.

Wanneer open, wanneer inchecken, wanneer ontbijt, in welke zaal, wanneer vandaag?

Stop! Het is een herberg. Geen vragen en schuilen maar.

Ik zit met lampjes, pieten, granen, korrels, …

Kom mij niet vragen met welke badge je in jou herberg inchecken mag.

Ik zit in een andere stad, een ander land, een eigen verhaal, als je dat eens begrijpen kon.

Ik ben moe. Straks weer een nieuwe kermis die op mij wacht.

Laat rusten en dan ginds naartoe.

Autisme Storm.

Allemaal figuren

Cirkels met een begin, maar zonder einde.

Draaien allen tezamen in mijn hoofd.

Als kronkelende monsters boven en beneden.

Ik wil ze sluiten, maar het lukt mij niet.

Ze draaien links, rechts, boven en beneden.

Grijze hoefijzers voor elke prikkel.

Elk geluid en achtergrondgeluid.

Elke stem ver en dichtbij, elke vorm, detail, tekst en kleur.

Komen samen als klank- en lichtspel.

Ik krijg geen cirkel gesloten.

Het blijven kronkelende wormen, grijze hoefijzers die in elkaar verstrengelen.

Laat mij even alleen. Ik moet ze ver weg gaan jagen.

Ze moeten weg. Ze zijn mij te veel.

Elke streling, elk geluid, elke vraag is mij te veel.

Een beetje boosheid nooit geleerd.

Als ik ontplof is alles woede.

Het is niet jou fout. Ik moet mij wapenen tegen al die kronkels, cirkels zonder einde in mijn hoofd.

Het maakt mij zo ontzettend moe. Het kost mij zo verschrikkelijk veel tijd.

Beter alleen de stille strijd. Dan nu een nieuwe lading vragen, woorden, strelingen.

Ik ben in oorlog met de drukke buitenwereld. Laat mij nu even alleen.

Ik heb nood aan rust; geen extra prikkels.

Dan wordt het helemaal te veel. BOEM! Dan ontploft alles in één keer.

Geen boosheid, maar mijn eigen schild.

Ik wil mijn angsten niet tonen en kan dit niet.

Het is ofwel ‘geen boosheid’ of ‘zeer grof geschut’. Ik zou niet weten wat er tussen beiden in bestaan kan.

Ik ben niet kwaad. Ik ben niet triest. Ik wil alleen weer baas zijn in mijn hoofd. Alle losse lijntjes weer eruit.

Ze zijn weer even weg. Ze komen terug. Een nieuwe dag, een nieuwe strijd.

Autisme Storm.