Daar wacht hij

Foto: Dylan Christiansen op Flickr.com.

Daar wacht hij bij het raam,

starend naar de fluwelen zomerhemel,

op zoek naar haar favoriete fruit,

fluisterend nadenkend

Alleen de lijster antwoordt:

het ultieme deuntje van de zomer

Ondanks treurnis glimlacht hij,

blij dat het geluid in de kille nacht,

zijn eigen gedachten overstemt

Alles is beter dan stilte

Autisme Storm.

Hunk op een wasmachien

Foto: iozi.wasp op Flickr.com.

Hij had er al tien

Kaiback sokken in het wasmachien

Dus zat hij er maar op

Met zwarte haar, Roemeense kop

Ontdaan van bovengoed

Vol verwachting, vol van gloed

Op dat draaiende gedrocht

Nooit gehad, nooit zelf gekocht

Te wachten op de was

In zijn boxershort van vlas

Autisme Storm.

Dat huis van mijn jeugd

Foto: Mary Bailey op Flickr.com.

Waar is dat huis waar de deur nooit opengaat

Waar het wachten blijft op warmte en blijheid

De vreugde altijd zoek is en altijd laat

En het enige kind zwijgt en lijdt

Hier waar vader met strenge hand regeert

En moeder kuisziek de liefde wist

Waar mijn maag zich ommekeert

En iedereen gaat lopen met leugen en list

Waar ik mijzelf niet eens kan zijn

Mijn vader ontsnapt en de koersfiets neemt

Met een strenge hand het kind de hoek indrijft

En mijn moeder een tweede claimed

Waar geborgenheid en een knuffel verborgen blijft

En moeder mij naar de school toestuurt

Met rode muts met witte pompon

Waar pesten duurt en voortduurt

Lachen om mijn anders, mijn dikke ton

Snel met mijn fiets op de vlucht

Verdwalen op grootmoeders’ boerderij

Om te ademen, om vrijheid en lucht

Met de dieren aan mijn zij

Waar is dat huis

Waar mijn moeder flikflooide in de kelder

Waar is dat huis

Waar spanningen vertroebelden het leven helder

Daar wil ik niet langer naartoe

Waar in de living het ziekenbed van moeder lag

Na vier jaar behandelingen en kanker moe

Waar ik stelende zussen bezig zag

Met handen vol parels en juwelen

En kleren en meer van dat fraais

Waarvan kinderwonden niet meer helen

Zoals vissersboten werkloos aan de kaai

Een huis waar ik nooit mijzelf kon zijn

Omdat flikkers nu eenmaal niet in hun kerk pasten

Ik stelden hen zwaar teleur, echt niet fijn

Omdat ik simpelweg viel op gasten

Waarom kan een thuis zo moeilijk zijn

Waarom kan ik niet gewoon de zoon zijn

Die anders is dan iedereen

Als een tomaat naast een winterpeen

Het huis waar ik niet wil komen

Niet wonen

Waar vader nog wat wou toelichten aan haar sterfbed

Een nieuw gegeven, een nieuwe aanzet

Maar dat huis heeft nu afgedaan

Ik woon nu elders

Gelukkig voortaan

Autisme Storm.

De stilstand

Foto: Yomogi Resident .

Ik verloor mijn weg

In een wereld die bleef stilstaan

In de leegte van het bestaan

Ik voelde mij klein en groot tegelijk

Wachtend tot er iets gebeuren zou

Maar alles kwam terug

Zonder helden, zonder winnaars

De vlakte bleef vlak

En de ene dag strompelde over de volgende

Tot de week weker werd

En de maand wachtte op maandagen

De wereld leek leeg

De hoofden vol

De mens bleef dwaas

En de bazen de baas

Niets zou veranderen, niets zou zijn

We bleven verweesd, we bleven klein

Autisme Storm.

Zoeken naar licht

Foto: Lunis’s Dollhouse.

Ik vond de zoetheid in het witte licht

Van een broeihete ijskast

Omgeven door speeltjes die leefden

In een verleden en toekomst

Waar beertjes zaten in het brood

En vlinders dartelden olifanten groot

Ik vond de zuurheid in het gele licht

Toen de ijskast begon te smelten

En fonteintjes keukenmieren deden laven

Aan jenever met citroenijs

Van een kofschip dat niet wou drijven

In de zwaarte van het heden

Ik vond de zachtheid in het groene licht

Toen marsmannetjes stonden te wachten

Met witte mondmaskertjes op de lijnbus

En ze vergaten te vragen

De eindhalte van hun avontuur

In vond de rust in het zwarte licht

Omdat niemand daar knipperde

De was daar droogde en weekte zonder draden

Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer

Na de staatsgreep op de lente

Die we nog steeds niet konden aanvaarden

Autisme Storm.

Toen… herinneringen

Foto: Simon Sonnenblume.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was

En niemand sprak over een piek of iets afvlakken

En je creativiteit niet werd gefnuikt

Door Corona doden en statistieken

Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen

Zonder afstanden of meters te tellen

Te wachten op mondkapjes uit China

En toestellen om weer op adem te komen

Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen

Omdat ze gewoon oud werden

Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes

En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes

En met dwaze informatie onze handen wasten

Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren

En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken

Want dat waren ze nooit gewoon

Met als enige voordeel dat we dit jaar

Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken

En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda

Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken

Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort

De enige open parken zijn autostrades geworden

Van ontregelde mensen en psychopaten

Die zich verbazen over hun eigen spiegel

Van agenten die niet langer op boeven jagen

Maar op alles wat sociaal in de omgang is

Van regels die vloeien uit een gewond dier

En schreeuwen in een donkere nacht

En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis

Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn

Omdat we leven in andere tijden

Met zekerheden die pootje gelapt zijn

Met conflicten die verengen in tijd en ruimte

Exploderen in de woonkamer

Ontgroenen in de supermarkt

Tot niemand nog de moed kan vinden

Om de dag van gisteren toe te dekken

En het bed vandaag weer op te maken

Autisme Storm.

Wachten op de lente

Foto; Jarrod McKenna – www.jarrodmckennaphotography.ca 

De wind verloor zijn haren

Maar niet zijn streken

De winter stond voor de deur

Bonken zonder kloppen

Onder elke spleet

Een gespleten venijn

Die doet sidderen

Als de eerste keer

Verschrompelen als een oudje

En versmurfen tot blauw

De winter was binnen

De winter was buiten

De zomer zat in Ibiza

De herfst in Canada

En de lente nog

In moeders’ buik

Autisme Storm.

Waarop heb ik zolang gewacht?

Foto: Jan Smets.

Waarop heb ik zolang gewacht?

Ik zou het moeten weten, mijn gedacht

Was het in de nacht of overdag?

Wie die mij dat zeggen kan?

Ik herinner mij iets, maar meestal niets

Het was op een woensdag of vrijdag misschien

Het wachten bleef duren

Het leken wel uren

En niets bewoog en niemand kwam

Tot men mij vond

Alleen en verward

Op het koertje voor het ouderenhuis

Autisme Storm.

Late herfst

Foto; Tunde Pecsvari.

Wanneer de herfst langs de bladeren begint te schuren, zal het wachten op de winter niet lang meer duren.

De zon zal alsmaar minder schijnen. De laatste kleuren van de mooie herfst verdwijnen.

Van natuur in kleurenpracht naar welterusten fauna en flora, slaap zacht. Jullie tijd is gekomen. Wat rest zijn de laatste dromen.

De vrieskou is in het land. Koning winter aan de overhand.

De nerven van ons bestaan laten zich één voor één gaan. Hun laatste uren gekomen, slechts kaal nu alle bomen.

Laat mij niet sterven in de winter. De lente, de zomer, de herfst tot ginder.

Laat mij dromen van alle seizoenen. Geef mij liefde, warmte en duizend zoenen.

Laat mij lente, zomer en mijn oude dagen slijten in de herfst. Maar mijn waardigheid is geen open werf.

Als mijn benen zijn versleten heb ik nog mijn wankel geweten. Als ik traag word als een slak, maak van mijn dagelijks geluk dan mijn levensvak.

Laat mij antiek, Ambiorixen in Tongeren, maar nooit verdorsten of verhongeren.

Maar als zout blijft neerdalen in open wonden. En mijn lichaam en geest draaien in een alsmaar kleiner ronde.

Dan hoef ik geen rondje winter meer. Dan wil ik geen laatste seizoen en heel veel zeer.

Als ik niet langer kan dromen, hoeft de winter niet meer langs te komen.

Dan wil ik in jou armen vertoeven en daar in de herfst mijn laatste paddenstoelen zoeken.

Autisme Storm.

Orkaan van het leven

Foto: Azezjne.

Een orkaan van moleculen zweeft rond

Kleine partikels hoog boven in de lucht

Met een verschroeiende niets aflatende snelheid

Och zo klein, och zo snel, bliksemsnel

Twee atomen, punten, stippen aan het heelal

Eeuwig blijvend, eeuwig voort bewegend

Een snelheid, een intensiteit, een kracht nooit gezien

Piepkleine delen die zweven in de stroom

van een fluitketel, energie opwekkend, drijvend, vliegend,

storm en orkaan, snelheid

Verder dan wij kunnen zien met camera’s en telescopen

Meer licht, meer power en meer kracht dan wij in mensentaal kunnen benoemen

Het heelal miljarden keren groter dan wij ooit dachten

Duizend Columbussen nodig om het te ontdekken… ooit

Zo enorm, zo ledig en zo vol

Leeg en vol tegelijk

Zwart, kleurloos en in regenboog kleuren tegelijk

Jij mens kan niets zien

Hij God kan alles zien

Bestuurder van mens en natuur

Partikels, stofjes in het heelal

Met de afstandsbediening voor miljarden drones

Foto: Tallawah75 op Flickr.com

Nee, het leven is niet eindig

Het begint pas als wij denken dat het stopt

Als de mens denkt dat het vijf voor twaalf is,

is het nog maar de eerste minuut van een nieuwe dag

We hebben nog niets gezien

Het is nog volstrekt donker en nacht

Het blauwe uur moet nog komen

Het is nog maar net naar bed gegaan

De schakering, de overgang tussen dag en nacht

of nacht en dag beter gezegd

Eén minuut na middernacht is het

Niet vijf voor twaalf

Als wij denken dat we dood gaan, dan het einde nabij is,

dat het afgelopen is, dat we onze keukelaar zetten,

zijn we nog primatuurtjes

Het leven begint pas als wij denken dat er geen leven meer is

Als we het einde denken te zien,

is het wachten op het licht na de tunnel

Als alles donker wordt, is het slechts een slaap

Als alles tot rust komt, is het louter pauze

Een knop ‘on hold’

Even uitademen

De stilte van één mini-seconde

En nog één

Als alles stil en donker wordt, als alles dood lijkt,

is het een stilstaand beeld op de tv,

de winterslaap van fauna, flora, een beer, de bloem, de boom, onszelf

Foto: Katyefamy op Flickr.com

Onze winterslaap gaat tot in het kleinste partikel,

de kleinste atoom, de kleinste cel van ons lichaam

De kern van onszelf, ons bestaan

Het lichaam is ons omhulsel

Zoals cichorei. Een ajuin. Alles verwelkt.

Alle schillen bevatten de kern van ons bestaan, ons wezen

Het karma vervat in de ziel

De pose tot de pauze

En na elke pauze het atoom

dat onze ziel bevat en dat opnieuw uitgroeit

tot een nieuw karma, een nieuw bestaan

Als we ons ontdoen van alle schillen,

vervellen we telkens tot het ene atoom

dat meer licht geeft dan alle sterren samen

Dat meer energie en kracht bevat dan de zwaarste atoombom

of vulkaanuitbarsting

Uit het niets zal alles ontstaan

Opnieuw en opnieuw

Elke atoom zal opnieuw zijn karma opbouwen

Als een lege batterij die in het stopcontact opnieuw tot leven komt

Er is geen einde aan het leven

De dood is enkel de transitie, de pauzeknop naar een ander leven

De trein die even stil staat

En toch weer verder bolt naar een nieuwe halte

Een nieuw landschap verkent en ontdekt en over de sporen weer tot leven komt

De sporen liggen er

De wissels van voordien bepalen onze volgende bestemming

Ons doel, onze reis

We sporen naar een nieuw leven, naar een nieuwe toekomst

Een nieuw karma verwelkomt ons

Hoe de partikels zweefden en quasi tot stilstand kwamen bepaalt

de volgende beweging, vlucht, storm, orkaan in ons bestaan

Nooit meer hetzelfde als voorheen, het verleden, als de rugzak,

de bagage om mee te nemen op een nieuwe reisweg

Een nieuwe route in ons bestaan

Als niets zijn wij gekomen en als niets zullen wij ook verder gaan

Ons bestaan

BIJ-STAAN

Iemand staat ons bij

Een éne God figuur

Geen mens, gans anders…

Autisme Storm.

Foto: Arock Photo op Flickr.com