Zwarte vijvers

Het Zwart Meer in kanton Fribourg in Zwitserland. Foto: Thomas Mulchi op Flickr.com.

De zwarte vijvers lopen vol.

Gemene kikkers vragen tol.

Duistere, donkere dromen.

Een toekomst wil niet komen.

Omdat het verleden blijft plakken.

Aan kastelen waar toegangspoorten naar beneden zakken.

Met een guillotine in de achtertuin.

En het dagelijks overleven op vrolijk puin.

Omdat de leugen de waarheid is.

En de waarheid vervlogen, onzichtbaar gas.

Mijn ribben vervormen tot breekbaar vlas.

En geen adem blijft in mijn glas.

Een glas dat leger is dan half.

Een een hoofd drie kwart na elf.

De dagen zoeken, de weken roepen.

De sleur glijdt zonder kleur.

De melk roomt tot een rare geur.

Maar we zien niets meer in al het licht.

In genieten en leven als een valse plicht.

De omgeving moordt, de adem smoort.

De pijn vandaag, de hunker naar later.

Als het niet meer hoeft van meer en vaker.

Als wakker worden verdwijnt na slapen.

Als het niet meer kan en we alles achterlaten.

Autisme Storm.

Ik droomde dat…

Foto: Eugene Kaspersky op Flickr.com.

ik op het dak van een hotel in Beiroet zat

met een cocktail in de hand en zicht op de zee

wiens golven fataal botsten op de duivenrotsen

verder kabbelden naar het land van de ceder

waar het water zich verkneukelde op bange tenen

laafde aan in zwart verborgen vrouwenlichamen

en enthousiast zwaarbehaarde mannen begroette.

De stad van tegenpolen die oplosten in de metropool

op groene tapijten ernstige heren met donkere bidkralen

nabij de Amerikaanse universiteit nutteloze boeken

gedragen door dromen die het weekend openden

om meisjes met chirurgisch correcte neuzen te versieren

in danstempels waar alleen schoonheid binnen mag.

De avond ademde de stad in

Met humvees als versterkte burchten

Opzwepende popmuziek en bezwete lijven

Van dabke dansende mannen op een huwelijksfeest.

Terwijl anderen lurken aan een waterpijp en

pronken met hun mobieltjes, nieuwste apps,

de stad die wakker wordt bij de nacht

en voort zoemt en verder slaapt bij dag.

Wanneer ze tijd heeft om kortstondig te peinzen

over verleden, oorlog, lijden en chaos, zoals

ook ik mijmer waarover morgen te schrijven

over de ogen van de nacht of de sluier van de dag

en ik hoopte maar

dat de duiven de rots zouden begraven.

Autisme Storm.

Eindhalte van lijden

Foto: Sean Sandoval.

De koude lucht kneep in het frele lichaam

Wakker worden kon niet meer

Het was te vlug en te langzaam gedaan

De weken werden minuten

En de minuten werden jaren

Het ongerepte lichaam snakte naar meer

Tot meer opeens niet meer wou

En de trein van leven tot stilstand kwam

Eindhalte van lijden

Autisme Storm.

Ik ben niet te doen sinds zaterdagnoen

Foto: Paul Smeets.

Liedtekst :

Ik ben een ajuin… van ons stad

Ik ben heel vies… ik ga nooit in bad

Ben op weer de dool… eindig in een riool

Mijn vrouw heeft ’t gehad… ik ben weeral zat

Zit mijn hoofd weer vol… ga ik uit de bol

Draag al haar kleren… het kan verkeren

Heb ik weer leut… drink mij een teut

Een hete stoot… dan ga ik in ’t rood

Elk jaar weer prijs… met Jan Theys

Ik zal er zijn… voor het groot festijn

Ik drink dan gin, bier… en veel wijn

Heb dan leut… tot de laatste sleut

Ben ik nog wakker… dan voel ik mij dapper

Jajaja…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Neeneenee…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Héhéhé…

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen

Ik ben een Aalst kapoen

En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad

Dan is de muis weer eens niet thuis

Dan ben ik de kat in een diepe zak

Dan nog liever bier en weer in de bak

Autisme Storm.

Kos

Foto: Bernard Vignault.

In de kuil van het vasteland tussen hier en ginder.

Sliepen twintig tinten blauw.

Uitgelachen door een zeevogel en vlinder.

Ze noemden het de zee en iedereen was mee.

Het laatste Griekse eiland omarmde Kos.

De greep verzwakte en het Turkse Rijk was om de hoek.

De zee zweeg en pijnigde blauwe fronsen.

Een schreeuw van een eenzame vogel.

Melkwitte boten vergaten verder te varen.

De wind genoot van de Griekse siësta.

Streelde de groene punkharen van de palmen.

Een snelwandelende vogel schelde een kreet.

De take-off was sneller dan het verstommen van elke schreeuw.

Een groene tarmac van het hoteldak.

Een vluchtig onthaal voor raaf en nachtegaal.

Het andere vasteland lag verloren in een zee van mist zoals reeds tevoren.

De namiddagzee stapte voetje voor voetje.

Bedeesd en bevreesd.

Bang de sultan en de Griekse goden wakker te maken.

Alleen door het blauwe laken

Konden zeilboten verder geraken.

Verder van huis of dichter bij thuis.

De kapitein nog in vertwijfeling.

De golven in hun laatste swing.

De siësta die zijn zwanenzang aanving.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.