Cross Country op 5 oktober 1980. Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives – Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.
De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.
Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.
Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.
De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.
De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.
Kwidzyn, my city at night from some perspective. Sky wasn’t perfect and it was very cold and windy. (Kwidzyn, mijn stad ’s nachts vanuit perspectief. De hemel was niet perfect en het was heel koud en er stond veel wind.) Foto en tekst: Piotr Grudzien.
Kwidzyn is een stad in het Poolse woiwodschap Pommeren, gelegen in de powiat Kwidzyński. De oppervlakte bedraagt 21,82 km², het inwonertal 37.927.
Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.
Ze denken dat ze alles zien en weten.
Maar ze blijven toeschouwers.
Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.
Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.
Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.
Hun hart en zweetdruppels voelen.
Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.
Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.
Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.
De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.
Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.
Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.
Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.
Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.
Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?
Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.
Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.
Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.
Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.
Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.
Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!
Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.
Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?
Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.
Vlucht naar voren.
Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.
Mijn hoofd zit vol. Weeral!
Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.
Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.
Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.
De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.
De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.
Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.
Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.
Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.
Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.
De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.