De gure nacht

Foto: jackfre op Flickr.com.

In dat verre oord

Om tien twaalf uur

Brandt ’s avonds de lamp niet

Ontwaakt de ochtend niet

In het midden van de nacht

Wordt er druk gekocht en verkocht

Door diegene die alleen naar huis toegaat

Het licht van de boomschors

Is verborgen in die vogel op het veld

De wind blies aan de kant van de weg

De achtervolging in

Niemand kijkt toe

De slechte lucht kwam op een dwarsfluit

De bamboe verwelkte

De boot nachtte het verlaten in

De roep van een enkele kraai

Hoeveel voetafdrukken en hoeveel paarden

Versleten de weg van het pad

Iemand kwam terug

De dag bleef niet tot het einde

De weggelopen koper

Liep hand in hand met een stille pijn

Het constante dramaspel

In open lucht

Iemand huilt, iemand zegt ‘het gaat niet goed’

Maar de wegloper hij doet

Altijd hetzelfde spel

Van liegen en bedriegen

Tot de ochtend aan de voordeur klopt

Of niet meer klopt

Autisme Storm.

Zeeën

Den Haag, 2018. Beelden aan zee.
Foto: faun070 op Flickr.com

Zeeën van spijt

Zeeën van nijd

Het sprookje vergaan

Toen jij weg bent gegaan

Autisme Storm.

Zo verdomd alleen

Foto: FaHaD op Flickr.com

Ik ben samen, maar ik wil zo verdomd alleen zijn.

Alleen met mijzelf. Alleen met de wereld.

Weg van de racebaan van drukte, verplichtingen, poeha’s.

Mijn hoofd heeft een boksmatch gehad met vragen, onzekerheden.

De routine is opgeslokt door een groot vakantiemonster.

Het moeten weg gaan, het moeten zoeken en meenemen.

En de stress dat je dan toch iets vergeet en op je donder krijgt.

Weg uit mijn vertrouwde omgeving, mijn habitat.

Het voor mij bekende plaatje, mijn huis, gewoontes, werk.

Het aftellen is begonnen naar de dagelijkse gang van zaken.

De rust van de regelmaat en de planning.

Hoe bang ben ik weer?

Voor al het nieuwe, al het anders, al het onbekende.

Een weekend weg is als een stoorzender voor een radio.

Als een klap tegen je gezicht, de onzekerheid bonkt uit je hart.

Die marathon die je hebt gelopen voor je een voetstap zeg.

Een stap in het onbekende.

Ik ben doodop en de deur moet nog achter mij dicht.

De gevangenis zit aan de buitenkant.

Autisme Storm.

Foto: Camilla Nilsson.

De rennende student

Cross Country op 5 oktober 1980.
Foto: Lynchburg (Virginia) College Archives –
Scanned negatives 35mm 1980 66 Thomas op Flickr.com.

De tijd achtervolgt een rennende student naar een klaarstaande bus.

Zijn grijpgrage klauwen in de dikke mist slaan genadeloos toe.

Als kathedralen vechten de kantoorverlichting en straatlantaarns een verloren oorlog tegen de wurggreep van de ochtenddauw en de nevel die de carnavalstad gijzelen in de eerste uren van een woensdagochtend.

De trein geeuwt zich een weg vooruit. De koplampen net voldoende geopend om het juiste spoor te vinden. De pendelaars op weg om de week in twee te delen met een halfvol halfleeg gevoel in een met ontbijtgranen en ochtendboterhammen gevulde maag.

De vlucht naar voren, de haren naar achteren en de werktas in het midden. Potloodgrijze draden van mist en nevel hertekenen het desolate landschap in een winterslaap op een koele zomerochtend.

Autisme Storm.

Koude nacht

Kwidzyn, my city at night from some perspective. Sky wasn’t perfect and it was very cold and windy. (Kwidzyn, mijn stad ’s nachts vanuit perspectief. De hemel was niet perfect en het was heel koud en er stond veel wind.)
Foto en tekst: Piotr Grudzien.

Kwidzyn is een stad in het Poolse woiwodschap Pommeren, gelegen in de powiat Kwidzyński. De oppervlakte bedraagt 21,82 km², het inwonertal 37.927.

Koude nacht zo lang gewacht.

Kwam de warmte maar weer.

Ijs en sneeuw doet zo zeer.

Het is raar.

Vandaag dertig graden maar.

Koud en kil.

Weg en stil.

Mijn hartje steeds armer.

Alleen met jou wordt het weer warmer.

Koude nacht.

Dat ik snel in jou armen liggen mag.

Autisme Storm.

Op de atletiekpiste

Foto: dickgrayson66 op Flickr.com

Ze zitten in de tribune van een atletiekpiste en kijken naar de lopers.

Ze denken dat ze alles zien en weten.

Maar ze blijven toeschouwers.

Zelfs met honderden camera’s en commentatoren.

Ze zullen nooit aanvoelen hoe de lopers lopen.

Waarom ze beginnen te sprinten, versnellen en vertragen.

Hun hart en zweetdruppels voelen.

Ze blijven toeschouwers die denken dat ze alles zien, maar voelen niets.

Alleen de loper voelt zijn bloed verzuren, zijn hart in de borstkas bonken, de inspanningen opdrijven en weten wat er om gaat in het hoofd van de loper.

Alleen de loper kent de weg naar de top en de drijfveer om die te bereiken.

De mensen in de tribune blijven waarnemers, toeschouwers.

Ze kunnen de atleet steunen of breken met kritiek.

Maar nooit zullen zij ooit zelf in de achtbaan lopen en ervaren wat die atleet op dat moment voelt en waarom die op zijn parcours versnelt, vertraagd of waarneemt.

Alleen de loper moet zelf zijn baan lopen en zijn succes behalen.

Autisme Storm.

Ooit was ik de snelste

Ooit was ik de snelste en ooit zal ik opnieuw de snelste zijn.

Ooit was er een kracht groter dan dag en nacht.

Dag en nacht zouden in het niets verdwijnen door deze kracht.

Dag en nacht zijn uitvindsels van de mens.

De mens in al zijn beperkingen en zorgen.

Denkt alleen aan gisteren en morgen.

Wie de grootste kracht kan voelen.

Zal bereiken de allerhoogste doelen.

Wie zal leven in heden tracht niet naar Eden.

Ons aards’ bestaan is een doekje.

Minder dan een letter in een oneindig boekje.

Ons lichaam is een last.

Gooi het weg, onnodig ballast.

Alleen wie zijn lichaam kan verlaten.

Die zijn karma zal optimaal baten.

Sneller dan het licht en het geluid.

Komt de ziel het aardse lichaam uit.

Een kracht, geen atoombom kan dit aan.

Een snelheid, alle hindernissen uit de baan.

Een lichtflits, mooier dan de mooiste fee.

Een bereik, geen afstanden tellen nog mee.

Alles begint waar alles eindigt.

Alles geneest waar alles pijnigt.

Ziekte en pijn zijn alleen op aarde.

Elders hebben zij geen enkele waarde.

Wie de aarde kan loslaten heeft een oneindig aantal nazaten.

Sneller dan het licht zal ik straks vliegen.

Krachtiger dan een explosie mijn beperktheid verliezen.

Een korrel in de woestijn zal mijn lot weer zijn.

Kleiner dan klein en groter dan groot.

Het mooiste lichaam heeft afgedaan.

Slechts een schuilplaats van het aards’ bestaan.

Komen zal ik opnieuw, komen zal ik altijd.

Ontdekken en beleven, het lastdier en de vrijheid.

Het leven heeft geen zin, als een ring heeft een begin.

Veel zwaarder dan elk water is ons denken aan steeds later.

Later is pas hier als drie is een vier.

Waarom denken aan morgen, een stad van 1.001 zorgen?

Wie leeft zijn eigen leven, bereikt de grootste zegen.

Geniet, beleef vandaag. Morgen is te snel en gisteren was te traag.

Autisme Storm.

Weer verandering

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd!

Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten.

Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders?

Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf.

Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven.

Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen.

Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen.

Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn.

Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn!

Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden.

Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal?

Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal.

Vlucht naar voren.

Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn.

Mijn hoofd zit vol. Weeral!

Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer.

Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde.

Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij.

De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen.

De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn.

Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken.

Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd.

Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen.

Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij.

De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.

Autisme Storm.

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis.

Van het ene dorp naar het andere dorp.

Altijd maar heen, altijd maar terug.

Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere.

Het lachen is mij al lang vergaan.

De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof.

De lach veranderde in een droeve snoet.

De kinderen lachen, de kinderen zijn blij.

Maar de fooraap, die lacht niet mee.

Het lachen is hem al lang vergaan.

Elk weekend reizen, elk weekend weg.

Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad.

Hij wil weer thuis op de schouw.

Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem.

Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer.

Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe.

Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders.

Altijd joelende, luidruchtige kinderen.

Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal.

De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien.

Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader.

Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken.

De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg.

Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg.

Hij moet maar door. Hij moet steeds verder.

Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar.

In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer.

De tijd is zo lang blijven stil staan.

Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat.

Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug.

De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui.

Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel.

Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9.

Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie.

Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar?

Hoofd is vol, hoofd moet leeg.

Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft.

De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee.

Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht.

Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen.

Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan.

De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien.

Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien.

Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon!

Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel.

Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet.

Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk.

Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal.

De aap wil rust, even niet op de kermis staan.

Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was.

Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal.

Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.

Autisme Storm.