
Foto: AI – WordPress.com.
Verborgen lag jij daar
je knipoogde heel stil
alsof het je niet kon schelen
misschien waren er zo velen
Voor mij was jij bijzonder
een zevende wereldwonder
en alleen ik wist
wie jij echt was
Autisme Storm.

Foto: AI – WordPress.com.
Verborgen lag jij daar
je knipoogde heel stil
alsof het je niet kon schelen
misschien waren er zo velen
Voor mij was jij bijzonder
een zevende wereldwonder
en alleen ik wist
wie jij echt was
Autisme Storm.

Foto: Maria Luiza Melo op Pexels.com.
De regen kletterde
verpletterde
De regen kaatste
verplaatste
Maar de schaduw bleef
zweven rond de druppels
zoals schaduwen zweven
en druppels vallen kunnen
De schaduw
zweeg
De schaduw
bleef
Omdat hij wist
zijn eigen list
geen betere plek om te schuilen
dan Gods schaduw in de regen buiten
Autisme Storm.

Ik ben het gezang van de vogels,
het gefluister in de bomen.
De zachte stilte na een storm,
en de warme zomerbries.
Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts,
Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is.
Ik hou je hand vast als je je down voelt,
Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.
Ik ben niet gestorven.
Ik ben nog steeds hier.
Ik ben die zachte stem
In jouw oor.
Autisme Storm.

Hoe genees ik een gebroken hart?
Mijn hele wereld is uit elkaar gevallen.
Hoe vind ik hoop in een gloednieuwe dag,
als degene van wie ik hou weg is?
Mijn geest stroomt over van herinneringen aan jou,
van alles wat we hebben gedeeld, alles wat we wisten.
Ik verlang naar je aanraking en je warme omhelzing,
de blik in je ogen, de glimlach op je gezicht.
Mijn dromen zijn gevuld met jouw zachte kus.
Ik word wakker en huil om alles wat ik mis.
Hoe kan ik een gebroken hart herstellen,
als mijn enige ware liefde en ik uit elkaar zijn?
Mijn hart weet alleen van jou te houden, het wil niet loslaten, wat moet ik doen?
Onze momenten samen waren kostbaar en weinig,
maar ik koesterde ze allemaal meer dan je wist.
Ik hou van je, mijn engel, en dat zal altijd zo blijven.
Ik hield toen van je en ik hou nog steeds van je.

Ondergaande zon
Toen het nog kon
In Vietnam op die avond half oktober
We keken dichtbij en heus niet te ver
De rode neerganggloed plonste op jou huid
We bleven staan, geen stap vooruit
Ik droeg jou schouders licht op mijn rug
Het was voorbij, we komen niet terug
Maar dat wisten we toen nog niet
Dromen passen alleen in een vergiet
Van bruingele stranden en aanbelanden
Die we beiden vederlicht zoet omarmden
We waren ver van huis
Onze toekomst zonder enig ruis
Toen het nog kon
Toen het nog mocht
Toen niemand dacht zou
Toen niemand zei how
Autisme Storm.

Verdwaald in kilte en donkere dagen
Tussen zijn geboorte en het nieuwe jaar
Gedragen in dunne speklagen
Wegen glad vol doodsgevaar
Naar een nieuwe wereld en toekomst
De oude zorgen en nieuw verdriet
Met rijke spijzen en dranken gemorst
Zodat iedereen het weet en ziet
Begint het licht weldra te branden
Alles moet weer vol en vlug
Goede intenties gaan verzanden
En niemand kan nog terug
Het nieuwe wordt weer snel het oude
Kaarten met wensen vergeeld papier
Die verstotene weer in de kou
Onze deur niet langer op een kier
De rolluiken dalen neer
De stress versmacht de gezelligheid
Onverschilligheid haalt het weer
En volgend jaar proberen we het nog een keer
Autisme Storm.

(Liedtekst:)
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch bleef je mij verbazen
Als een storm rondrazen
De spiegel jou wereld
Als een slaapnachtkus
.
En als ik nu mag spreken
Dat laat ik je weten
Dat laat ik mij gaan
Als een geile krielhaan
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch bleef je mij negeren
Als een zak vol kleren
Jou vrienden jou keet
Als een eigen planeet
.
En als ik nu kon kiezen
Dan wil ik niet verliezen
Dan wil ik bij jou zijn
Met een half glas wijn
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Toch loop je met die knapen
Met een jeans vol gaten
Kijk maar naar ze op
Als een buikspreekpop
.
En als ik nu kon toveren
Dan wil jou veroveren
Dan wil ik er zijn
Als jou lichtkonijn
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
.
Je ging toen lopen schat
Naar een grote stad
Vijf kerels een kat
En een heel groot bad
.
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet
Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet
Autisme Storm.

Waarop heb ik zolang gewacht?
Ik zou het moeten weten, mijn gedacht
Was het in de nacht of overdag?
Wie die mij dat zeggen kan?
Ik herinner mij iets, maar meestal niets
Het was op een woensdag of vrijdag misschien
Het wachten bleef duren
Het leken wel uren
En niets bewoog en niemand kwam
Tot men mij vond
Alleen en verward
Op het koertje voor het ouderenhuis
Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?
Niemand zou het weten.
Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?
Ze konden niet helder denken, alleen vragen.
Was het een herfstdag, lente of in mei?
Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.
Ze keken elkaar aan.
Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.
De nieuwe oude kennismaking.
Een gebaar, een streling, een gewaarwording.
Veel te lang had het geduurd.
Zoveel water door de Leie.
De boten van voorheen waren reeds versleten.
Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.
Ze vluchtten niet langer in het verleden.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.
Een andere tijd met een oude piano.
Een piano die niet gestemd moest worden.
Voor stemming was geen tijd.
En hun oren waren reeds jaren versleten.
Versleten, maar het bleven oren.
Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.
Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.
Horen werd zien en zien werd horen.
Dat schijnt zo te horen.
Er waren niet langer beperkingen.
Er waren niet langer aparte zintuigen.
Ze waren één geworden met de houten bank.
Verweerd door weer en wind.

De groene verf afgebladerd.
Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.
De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.
Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.
Het riet gaf het op.
De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.
De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.
De week werd korter.
Het oudere koppel bleef langer weg.
Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Jij bent de reden van mijn glimlach.
Het genieten van het leven.
Het ontdekken van de dingen.
Je maakt mij zo gelukkig en compleet.
Ups en downs zijn er overal.
Weten wat je aan elkaar hebt, steun geven in goede en slechte dagen.
Zorg voor elkaar dragen.
Respect hebben voor de ander.
Met goede en minder goede kantjes.
Ik zie je graag.
Autisme Storm.