
De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

Hoe ver is ver
Toen we nog dichtbij mochten zijn
Toen een badge nog magie had
Als tovenaar van een wit blad
Toen de dokter nog de krant las
En een nietje gemeen was
Het was weer druk in de cafetaria
Vol maskers, gel en schorten
Lekker Grieks gaan eten
En de rekening vergeten
Elfjes zien dansen op een ondergronds feest
Hoe plezant was dat niet geweest
Vergaderzalen zoeken, onze dagelijkse hit
Teams weet nu in welke bureaustoel jij zit
De trein weer eens op tijd
Als hij de kamer ernaast binnen rijdt
Hoe dichtbij is vlakbij
Met alle collega’s aan mijn zij
Autisme Storm.

Ik vond de zoetheid in het witte licht
Van een broeihete ijskast
Omgeven door speeltjes die leefden
In een verleden en toekomst
Waar beertjes zaten in het brood
En vlinders dartelden olifanten groot
Ik vond de zuurheid in het gele licht
Toen de ijskast begon te smelten
En fonteintjes keukenmieren deden laven
Aan jenever met citroenijs
Van een kofschip dat niet wou drijven
In de zwaarte van het heden
Ik vond de zachtheid in het groene licht
Toen marsmannetjes stonden te wachten
Met witte mondmaskertjes op de lijnbus
En ze vergaten te vragen
De eindhalte van hun avontuur
In vond de rust in het zwarte licht
Omdat niemand daar knipperde
De was daar droogde en weekte zonder draden
Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer
Na de staatsgreep op de lente
Die we nog steeds niet konden aanvaarden
Autisme Storm.

Met jou stekels en jou dodendans
Dook je op bij professor Van Ranst
Jij hyperseksuele nepgodin
Drong er opeens in
In onze wereld lief en klein
Bracht je ellende en deed pijn
Je was een gestoorde vrouw
En lustte ons allemaal rouw
Jou anorgasmie was een fobie
Jou killer instinct een fantasie
Voor jou stonden dokters als lakei
Speelden kinderen thuis met boetseerklei
Voelden wij ons klein in een grote rij
Als een Giel in monnikspij
De wereld werd opnieuw ons dorp
Een buurtwinkel op schouderworp
Om achten allen uit de deur
Even klappen tegen de ophoksleur
Onze helden niet langer op tv
Maar zorg en politie mijn idee
De professoren, labo en de rest
Doen nu zo wreed hun best
De middelen zijn duur en schaars
De patiënt nu groen dan paars
Lange dagen, lange uren
Krijgen het zwaar verduren
Vele handen, vele bedden
Moeten onze toekomst zetten
Helden in wit, groen en blauw
Helden man en vrouw
Helden zonder handleiding
Vechten voor een blijde tijding
Vechten voor u en ik
Vechten voor een knik
Om even op adem te komen
En waakzaam te blijven dromen
Onthoofden zij het gevaar
Maar de nymfomane blijft daar
Als een gestoorde psychopaat
Die maar niet rusten gaat
Autisme Storm.

Een witte woede van groene sjaals en groene vlaggen
Van gesmoorde emoties en vermoorde idealen
Ontvlammen als vuurpijlen en bommetjes in het rond
Het ontspoorde falen van besparingen en werkdruk
Tot de druk op de ketel te veel wordt
En er in de keuken geen ketel meer overblijft
De verzorgenden onze zorg nodig hebben
En verpleegkundigen hun wonden likken
In een ongelijke strijd voor alsmaar meer
Met alsmaar minder om dat meer te maken
Afgeschoten als de favoriete roos op de kermis
Uitgeblust zoals zelfs pompiers dat niet kunnen
Omdat ze denken dat ze het wel aankunnen
Dat alles wel vlotjes zal varen
Dat het een beetje aanpassen is
De dodentocht met een rollator
Verspringen zonder benen
Olympisch zwemmen voor eendagsvliegen
Mogelijkheden onmogelijk en onbeperkt
Iemand wordt er gelukkiger van
Investeerders in immobiliën en pillen
Poenscheppers aan de bron
Tot de bron geen leven meer geeft
En het paradijs een oase blijkt
Autisme Storm.

De onschuld van de dag
Strekte zich uit over de nacht
In een waas van wit en ooit wild
Herschapen tot een lam schaap
Om gebeten te worden
Door hen die benijden
Te dromen van morgen
Als alles beter gaat
Autisme Storm.

Tussen sporen van doornen
Verloren tevoren
Bezweken verleden
Dragen zij toen naar dra
De kogelgaten als littekens
Op muren van eens hun witte stad
Gedrenkt in aalbessenjenever
Roest en links
De rechterhelft in dromenland
Omdat realiteit de verbeelding zeemt
Heden reutelt en laatstleden leeft
De veilige safe functie de overhand neemt
En ze alles beredeneren
De sporen naar een onzekere toekomst
Een kloon achter hun rug
Geschaafde ledematen hun verleden verraden
Gepijnigde hersenen de waarheid verdampen
En angst de boezemvriend is
Van hun onrustige getormenteerde hart
Autisme Storm.

Het was weer lang geleden
De sneeuw die kwam beneden
Het zag overal witjes aan
Alle auto’s van de baan
Ik kon het niet geloven
Wat deden ze toch daarboven
Boven in de hel
Deden zo hun ding daar wel
Kon ik maar verlangen
Naar vogels en gezangen
Kon ik maar weer staan
Op de aarde of de maan
Maar niemand kan ooit beloven
Dat de lente ooit zal komen
Mijn adem bleef toen staan
Het leven plots gedaan
Ik stond die ochtend voor het venster
Mijn lichaam zijn laatste genster
Het zag zo wit daarbuiten
Sterretjes bevroren aan de ruiten
Maar voor mijn ogen, plotseling zo zwart
Opeens begeven, veel te jong mijn hart
Ik zal geen honderd halen
Ik steeg op uit de dalen
Mijn karma zweeft nu rond
Waar het nooit vriest aan de grond
Het zal nooit meer lente of winter wezen
Nooit meer pijn, ziek of genezen
Ik heb mijn rust gevonden
In de hemel voor de honden
Autisme Storm.

Geel is het licht. Geel is de dag. Geel is de zon en de kracht.
Ook groen. De natuur en het leven.
Maar als alle kleuren samen komen is er enkel zwart. En dan licht. Sterker dan wij kunnen zien met onze ogen.
Geel is niet geel. Groen is niet groen. Zwart is niet donker.
Het zijn duizenden kleuren alle-tezamen. Wij simpele onnozele mensen zien geen kleuren. Wij denken alleen dat we kleuren kunnen zien.
Water is wit of is het blauw? De zee is groen, grijs of is het appelzeeblauw?
Wij zien geen kleuren. Omdat ons mens-zijn zijn beperkingen heeft (zoals een autist).
De kleur van elk karma omvat de ziel. Als de ziel gaat leven na een korte winterslaap, krijgt het karma zijn kleur.
Autisme Storm.

Je komt toch altijd dezelfde mensen tegen op het perron en in de metro. Het meisje met de kastanje bruine paardenstaart. Waarbij je je afvraagt hoe haar dikke vette ronde kont ooit in haar jeans past en wanneer ze uit haar jeans gaat springen.
Met haar kartonnen zakje en haar bruine lederen handtas gemaakt door achtjarige kinderen in Bangladesh in mensonterende omstandigheden.
Met een aura van ontgoocheling, woede, verdriet van ik, Calimero, tegen de boze collega’s en bazen op het werk. Haar moeilijke relatie met haar jeugdvriend. De dominerende moeder en de afwezige vaderfiguur en het negativisme van een bus Okra-leden drie uren in de file, in dat vrouwelijk lijfje.
Ze werkt niet bij ons hoor. Maar ik zie ze wel dagelijks in haar strijd, vol nijd, tegen haarzelf. De misnoegdheid van het topje van haar strandschoenen tot de kleinste vezel in haar bestaan.
En dan is er ook de grote dikke loebas die in Aalst de trein neemt. Wit t-shirt drie maten te klein voor zijn dikke buik en navel op de voorgrond zijn nek uitsteken naar de pendelaars. Dag navel, dag dikke man. Met je bruine short en opgeblazen gezicht net alsof je er en half uur met een fietspomp in gepompt hebt. Haren zoals Johan Verminnen, maar het voorste deel van het hoofd goed kaal. Gezicht van een verdronken vlinder in de Kalmthoutse heide. Zoals de ark van Noach; iedereen mag mee.
Autisme Storm.