Het licht scheen

Foto: AI – WordPress.com.

het licht scheen

niet langer heen

maar volop

van teen tot kop

geen idee of het herfst of lente was

toen ik het zag, toen ik het las

maar vandaag was iemand blij

en ik wist… dat was hij

Autisme Storm.

Ik loop naar jou

Foto: Michele op Flickr.com.

Er was eens een jonge dame, genaamd wicht

wiens snelheid veel sneller was dan het licht

ze vertrok op een dag

zonder iemand het zag

en keerde de vorige nacht weer terug

Autisme Storm.

Dinsdag regen

Foto: Andy. H op Flickr.com.

De regen vaagde de maandag weg,

de dinsdag zag en zweeg.

Autisme Storm.

Donkere dagen

Foto: Andis Svare.

Wanneer de donkere dagen slopen

En de zomer al lang is weggelopen

Zoeken wij naar het verdwenen licht

Een nuttige taak, een dagelijkse plicht

Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar

Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar

Achtervolgt door donkere dagen

Horen we de massa zagen en klagen

Alsof het eeuwig winter wezen zal

Trappen wij telkens in diezelfde val

Met een humeur immer slecht en vals

Maar ik verzeker: het gaat beteren als…

Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang

Ginds opgesloten in een donkere hall

Kon ik maar lachen, kon ik maar zien

Kon ik maar… leven bovendien

Maar dat geduld heb ik niet

Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet

Wie zal mij redden uit dit tranendal

Voor dat eindelijk die lente komen zal

Autisme Storm.

Van oud naar nieuw

Verdwaald in kilte en donkere dagen

Tussen zijn geboorte en het nieuwe jaar

Gedragen in dunne speklagen

Wegen glad vol doodsgevaar

Naar een nieuwe wereld en toekomst

De oude zorgen en nieuw verdriet

Met rijke spijzen en dranken gemorst

Zodat iedereen het weet en ziet

Begint het licht weldra te branden

Alles moet weer vol en vlug

Goede intenties gaan verzanden

En niemand kan nog terug

Het nieuwe wordt weer snel het oude

Kaarten met wensen vergeeld papier

Die verstotene weer in de kou

Onze deur niet langer op een kier

De rolluiken dalen neer

De stress versmacht de gezelligheid

Onverschilligheid haalt het weer

En volgend jaar proberen we het nog een keer

Autisme Storm.

Ik gaf je mijn hart

Foto: Victor Avilla.

(Liedtekst:)

​​​​​Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij verbazen

Als een storm rondrazen

De spiegel jou wereld

Als een slaapnachtkus

.

En als ik nu mag spreken

Dat laat ik je weten

Dat laat ik mij gaan

Als een geile krielhaan

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch bleef je mij negeren

Als een zak vol kleren

Jou vrienden jou keet

Als een eigen planeet

.

En als ik nu kon kiezen

Dan wil ik niet verliezen

Dan wil ik bij jou zijn

Met een half glas wijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Toch loop je met die knapen

Met een jeans vol gaten

Kijk maar naar ze op

Als een buikspreekpop

.

En als ik nu kon toveren

Dan wil jou veroveren

Dan wil ik er zijn

Als jou lichtkonijn

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

.

Je ging toen lopen schat

Naar een grote stad

Vijf kerels een kat

En een heel groot bad

.

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Ik gaf je mijn hart, maar je zag het niet

Ik gaf je mijn ziel, maar je lust hem niet

Autisme Storm.

Eén keer

Foto: Atlas Hammerer.

Je tatoeëerde je naam in de lippen van mij

De vogels floten en wij hoorden het niet

Jou in mij voelen maakte mij zo vrij

En wetende dat niemand ons zo ziet

Ik voelde je adem aan mijn zij

Je was zo kwetsbaar, maar toch zo sterk

Ik pakte je vast aan je stevige dij

Van liefde maakte jij stevig werk

Onze lichaamssappen borrelden tesamen

De wereld was beperkt tot ons twee

Het zweet stond binnen op de ramen

Toen ik vroeg ‘wil je meer’ zei ze ‘nee’

Het bleef bij die ene keer

Ze zei ‘gedaan, het was fijn’

Mijn hart opgewarmd, maar doet zo zeer

Begreep ze maar die pijn

Autisme Storm.

Hoe lang was het geleden?

De witte mandarijndraak of mandarijneend.
Foto: Martien Uiterweerd.

Hoe lang was het geleden?

Niemand zou het weten.

Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen?

Ze konden niet helder denken, alleen vragen.

Was het een herfstdag, lente of in mei?

Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie.

Ze keken elkaar aan.

Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen.

De nieuwe oude kennismaking.

Een gebaar, een streling, een gewaarwording.

Veel te lang had het geduurd.

Zoveel water door de Leie.

De boten van voorheen waren reeds versleten.

Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’.

Ze vluchtten niet langer in het verleden.

Foto: Janny Hospes.

De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden.

Een andere tijd met een oude piano.

Een piano die niet gestemd moest worden.

Voor stemming was geen tijd.

En hun oren waren reeds jaren versleten.

Versleten, maar het bleven oren.

Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren.

Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven.

Horen werd zien en zien werd horen.

Dat schijnt zo te horen.

Er waren niet langer beperkingen.

Er waren niet langer aparte zintuigen.

Ze waren één geworden met de houten bank.

Verweerd door weer en wind.

Foto: illie72 op Flickr.com.

De groene verf afgebladerd.

Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen.

De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie.

Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken.

Het riet gaf het op.

De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel.

De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op.

De week werd korter.

Het oudere koppel bleef langer weg.

Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.

Orkaan van het leven

Foto: Azezjne.

Een orkaan van moleculen zweeft rond

Kleine partikels hoog boven in de lucht

Met een verschroeiende niets aflatende snelheid

Och zo klein, och zo snel, bliksemsnel

Twee atomen, punten, stippen aan het heelal

Eeuwig blijvend, eeuwig voort bewegend

Een snelheid, een intensiteit, een kracht nooit gezien

Piepkleine delen die zweven in de stroom

van een fluitketel, energie opwekkend, drijvend, vliegend,

storm en orkaan, snelheid

Verder dan wij kunnen zien met camera’s en telescopen

Meer licht, meer power en meer kracht dan wij in mensentaal kunnen benoemen

Het heelal miljarden keren groter dan wij ooit dachten

Duizend Columbussen nodig om het te ontdekken… ooit

Zo enorm, zo ledig en zo vol

Leeg en vol tegelijk

Zwart, kleurloos en in regenboog kleuren tegelijk

Jij mens kan niets zien

Hij God kan alles zien

Bestuurder van mens en natuur

Partikels, stofjes in het heelal

Met de afstandsbediening voor miljarden drones

Foto: Tallawah75 op Flickr.com

Nee, het leven is niet eindig

Het begint pas als wij denken dat het stopt

Als de mens denkt dat het vijf voor twaalf is,

is het nog maar de eerste minuut van een nieuwe dag

We hebben nog niets gezien

Het is nog volstrekt donker en nacht

Het blauwe uur moet nog komen

Het is nog maar net naar bed gegaan

De schakering, de overgang tussen dag en nacht

of nacht en dag beter gezegd

Eén minuut na middernacht is het

Niet vijf voor twaalf

Als wij denken dat we dood gaan, dan het einde nabij is,

dat het afgelopen is, dat we onze keukelaar zetten,

zijn we nog primatuurtjes

Het leven begint pas als wij denken dat er geen leven meer is

Als we het einde denken te zien,

is het wachten op het licht na de tunnel

Als alles donker wordt, is het slechts een slaap

Als alles tot rust komt, is het louter pauze

Een knop ‘on hold’

Even uitademen

De stilte van één mini-seconde

En nog één

Als alles stil en donker wordt, als alles dood lijkt,

is het een stilstaand beeld op de tv,

de winterslaap van fauna, flora, een beer, de bloem, de boom, onszelf

Foto: Katyefamy op Flickr.com

Onze winterslaap gaat tot in het kleinste partikel,

de kleinste atoom, de kleinste cel van ons lichaam

De kern van onszelf, ons bestaan

Het lichaam is ons omhulsel

Zoals cichorei. Een ajuin. Alles verwelkt.

Alle schillen bevatten de kern van ons bestaan, ons wezen

Het karma vervat in de ziel

De pose tot de pauze

En na elke pauze het atoom

dat onze ziel bevat en dat opnieuw uitgroeit

tot een nieuw karma, een nieuw bestaan

Als we ons ontdoen van alle schillen,

vervellen we telkens tot het ene atoom

dat meer licht geeft dan alle sterren samen

Dat meer energie en kracht bevat dan de zwaarste atoombom

of vulkaanuitbarsting

Uit het niets zal alles ontstaan

Opnieuw en opnieuw

Elke atoom zal opnieuw zijn karma opbouwen

Als een lege batterij die in het stopcontact opnieuw tot leven komt

Er is geen einde aan het leven

De dood is enkel de transitie, de pauzeknop naar een ander leven

De trein die even stil staat

En toch weer verder bolt naar een nieuwe halte

Een nieuw landschap verkent en ontdekt en over de sporen weer tot leven komt

De sporen liggen er

De wissels van voordien bepalen onze volgende bestemming

Ons doel, onze reis

We sporen naar een nieuw leven, naar een nieuwe toekomst

Een nieuw karma verwelkomt ons

Hoe de partikels zweefden en quasi tot stilstand kwamen bepaalt

de volgende beweging, vlucht, storm, orkaan in ons bestaan

Nooit meer hetzelfde als voorheen, het verleden, als de rugzak,

de bagage om mee te nemen op een nieuwe reisweg

Een nieuwe route in ons bestaan

Als niets zijn wij gekomen en als niets zullen wij ook verder gaan

Ons bestaan

BIJ-STAAN

Iemand staat ons bij

Een éne God figuur

Geen mens, gans anders…

Autisme Storm.

Foto: Arock Photo op Flickr.com

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol

Als je het kon horen.

De wind draait rond mijn oren.

Als je het kon voelen.

Wat ik wil bedoelen.

Als je het zou zien.

Ogen voor een man of tien.

Nummerplaten voor de vleet.

Altijd het detail dat het ‘m deed.

Kriebels in mijn buik.

Elke verandering een grote fuik.

En drukte in mijn hoofd.

Weinig goeds dat dat beloofd.

Prikkels hier, prikkels daar.

Gevoelens uiten veel te zwaar.

Als je eens wist wat ik wil bedoelen.

Als je eens wist hoe ik mij zou voelen.

Mijn hart staat stil, mijn hoofd zit vol.

Alles zien, alles horen eist zijn tol.

Alles zit vanbinnen, opgesloten in een bunker.

Alles onder controle, mijn drift, mijn hunker.

Een bezoek aan het warenhuis.

Daar voel ik mij nooit thuis.

Tien geluiden, honderd kleuren.

Daar kan steeds wat onverwachts gebeuren.

Lawaai, kabaal, banaal, fataal.

Geuren, kleuren, gebeuren, treuren.

Horen, oren, storen, boren.

Voelen, bedoelen, betasten, belasten.

Gelukkig alleen. Mijn eigen planeet.

Niet boos: dat je ’t maar weet.

Een taxi naar huis.

Herkenning, mijn thuis.

Geef mij mijn ruimte, geef mij mijn tijd.

Niet jou, maar de boze wereld die ik nu vermijd.

Autisme Storm.