
De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De liefde is wit. De sneeuw is verdwenen.
De sneeuw zo zoet als wit.
Pas als de sneeuw samen met de liefde verdwijnt, zal zij koffiebitter zwart kunnen zijn.

De zwarte vijvers lopen vol.
Gemene kikkers vragen tol.
Duistere, donkere dromen.
Een toekomst wil niet komen.
Omdat het verleden blijft plakken.
Aan kastelen waar toegangspoorten naar beneden zakken.
Met een guillotine in de achtertuin.
En het dagelijks overleven op vrolijk puin.
Omdat de leugen de waarheid is.
En de waarheid vervlogen, onzichtbaar gas.
Mijn ribben vervormen tot breekbaar vlas.
En geen adem blijft in mijn glas.
Een glas dat leger is dan half.
Een een hoofd drie kwart na elf.
De dagen zoeken, de weken roepen.
De sleur glijdt zonder kleur.
De melk roomt tot een rare geur.
Maar we zien niets meer in al het licht.
In genieten en leven als een valse plicht.
De omgeving moordt, de adem smoort.
De pijn vandaag, de hunker naar later.
Als het niet meer hoeft van meer en vaker.
Als wakker worden verdwijnt na slapen.
Als het niet meer kan en we alles achterlaten.
Autisme Storm.

Hij had er al tien
Kaiback sokken in het wasmachien
Dus zat hij er maar op
Met zwarte haar, Roemeense kop
Ontdaan van bovengoed
Vol verwachting, vol van gloed
Op dat draaiende gedrocht
Nooit gehad, nooit zelf gekocht
Te wachten op de was
In zijn boxershort van vlas
Autisme Storm.

Ik vond de zoetheid in het witte licht
Van een broeihete ijskast
Omgeven door speeltjes die leefden
In een verleden en toekomst
Waar beertjes zaten in het brood
En vlinders dartelden olifanten groot
Ik vond de zuurheid in het gele licht
Toen de ijskast begon te smelten
En fonteintjes keukenmieren deden laven
Aan jenever met citroenijs
Van een kofschip dat niet wou drijven
In de zwaarte van het heden
Ik vond de zachtheid in het groene licht
Toen marsmannetjes stonden te wachten
Met witte mondmaskertjes op de lijnbus
En ze vergaten te vragen
De eindhalte van hun avontuur
In vond de rust in het zwarte licht
Omdat niemand daar knipperde
De was daar droogde en weekte zonder draden
Een eengemaakte geur van de ontplofte zomer
Na de staatsgreep op de lente
Die we nog steeds niet konden aanvaarden
Autisme Storm.

Het zwarte goud
Toverde bitterheid op zijn tong
Zout tussen bubbels en benen
En een warme gloed tussen Adam’s appel
Die neerdaalde door tepels en dijen
Om te verdwijnen in een zure massa
Kolkend van verlangen naar meer
Om een hongerende dorst te stillen
In een mok van vertrouwen
In een gevoel van herkenning
En een opstoot van energie
Om de volgende minuut te halen
En het volgende uur hopelijk ook
Tot de zwarte geest is uitgewerkt
En schreeuwt om een nieuwe drug

Het leven speelde zich af
Drie centimeters boven
De donkergroene randen
Van haar bijzonder mondmasker
Om opnieuw te verdwijnen
In groenbruine pupillen
Van de Guerilla Girl
Die haar gorilla masker omruilde
Om de ongelijkheid in de zorg
Aan de kaak te stellen
Om ’s nachts te werken in catacomben van ziekenhuizen
Tegen de vijanden van haar vaderland
In rode en zwarte afdelingen
Waar het enige leven nog kleefde aan dode lichamen
Wiens namen in veel te mooi handschrift
Waren opgeschreven door witte engelen
Op kaartjes aan hun teen gebonden
Om straks te verdwijnen
Uitgezakt in lijkzakken
Van 50 tinten veel te zwart
Om snel beweend zonder veel getuigen
Weggestopt te worden in grote holen
In lemen en zandlemen gronden
Gewaardeerd al duizenden jaren
Door planten en tuinders
Maar nu de eindbestemming
Van een snel proces
Van besmette lichamen in zuivere zielen
Van een smeltkroes van bevlekking
Van verloren hoop en dromen
In een hoofdstad van de stilte
Waar groenbruine pupillen
Het laatste leven onder de doden smoren
Met handschoenen laag na laag
Zweetdruppels traan na traan
Body bags zak na zak
Zodat alles kan verdwijnen
En niets meer kan bezoedelen of onteren
Door een drammende dood
Waarna de wissel kan wegsluipen
Met een eenzame lange rit
Tot een nieuw teken van leven
Uitgang metro
Autisme Storm.

Wanneer de donkere dagen slopen
En de zomer al lang is weggelopen
Zoeken wij naar het verdwenen licht
Een nuttige taak, een dagelijkse plicht
Maar vrijheid heeft zijn klauwen klaar
Het wordt dus slechter zo voorspel ik maar
Achtervolgt door donkere dagen
Horen we de massa zagen en klagen
Alsof het eeuwig winter wezen zal
Trappen wij telkens in diezelfde val
Met een humeur immer slecht en vals
Maar ik verzeker: het gaat beteren als…
Ach, alles duurt toch zo ontzettend lang
Ginds opgesloten in een donkere hall
Kon ik maar lachen, kon ik maar zien
Kon ik maar… leven bovendien
Maar dat geduld heb ik niet
Mijn hoofd eeuwig zwart vergiet
Wie zal mij redden uit dit tranendal
Voor dat eindelijk die lente komen zal
Autisme Storm.

Draak in het zwarte water
Mekong rivier
Met een rode krullende tong
Het getsjierp van de witte kraanvogels
Verborgen in de schaduw van de takken
Oplichtend bij volle maan
Uitkijkend over de baai van Halong
Bootje dijnend met de drijvende handel
Van India, Nederland en Spanje
Japanners, Chinezen en Kantonezen
Hun kleine of grote voetafdruk nalatend
Als een tattoo in straten vol handelshuizen
Een knooppunt van volkeren en culturen
Een blauwdruk van zeevaarders
Handelaars in specerijen, katoen en wierrook
Een nachtegaal opgesloten in een kooitje
In een tempel, pagode of huis van commercie
Ontwakend met de stroom van de stad
En het volk van de rivier
Een nieuwe dag na het blauwe uur
De krullen van nokken en daken
Van huizen van buddha, moeder en kinderen
Als lichtpunt van armen en verlichtte geesten
Wachtend op nieuwe donaties en gebeden
Het verder uitslijten van treden
Boven de zee en rivieren
Neerkijkend op de kruin van de Viet-Nam
Onder de oksels de rijstvelden en pagoden
De hete adem bedwelmt het volk
Als wierrook in hun geest
Als koffie en thee van het lichaam
Autisme Storm.

Ik boog mij voorover naar haar
Als een reiger aandachtig voor elk gevaar
Ze rook naar jasmijn en ik naar terpentijn
De wereld was simpel, er gewoon zijn
Haar tepels bekeken mij droog en hard
Kleine soeplepels schepten in mijn haren zwart
Op de bank lag zij in mijn schoot
Alle haar lippen zo vurig rood
Onze jeans, waar we het intiemste tot laatst bewaarden
Terwijl de aarde niet langer verder draaide
Zij was van mij en ik van haar
Die blik ontwaarde dat kleine gebaar
Ik was geliefd, ik was bekoort
Alleen een dwaas die dat niet hoort
Autisme Storm.

Ik huil zwarte tranen
Als een niet te ontwaren kluwen
De zon schijnt, maar ik hoor donder en bliksem
Het geluk lacht
Mij uit in het gezicht
De pijn zit diep vanbinnen
Ik wil ze eruit krassen
Maar heb de moed niet
Ik voel mij alleen in de menigte
Ze zitten samen in mijn hoofd
De antoniemen van een autist
Ik ben de weg niet kwijt
Ik zie zelfs geen weg
Mijn ziel is verward
Mijn lichaam loopt over
Mijn geest verdampt
Zwarte tranen maken diepen groeven
In het parket van het leven
Autisme Storm.