De oude man in Amsterdam

Foto: John Kwee op Flickr.com.

Een gesloopte oude man,

berimpeld als de bank onder hem,

herkauwde zijn stad Amsterdam

van mistroostigen zonder stem.

Met pet en baard hun ochtendtoer

duwden ze karren over smalle steegjes

de bakker, de vodde- en de eierboer

en brachten hun laatste weetjes.

Toen een fiets nog houten banden had,

onze vaste hand kon schitteren met tollen,

we zakdoekje legden en niemand het zag

en met knikkers en bikkelen niet lieten sollen.

Daar zagen we van de goede werken lief

een weesmeisje vluchten door de achtertuin

voor deportatie dwars en repressief

kinderlachjes geselecteerd tot doodspluim.

Autisme Storm.

Slechte dag

Foto: Style Hunters op Flickr.com.

Er zijn dagen en nachten dat je plots ontwaakt

Maar de nachtmerrie niet verdwenen is

Dat je wil plannen, leuke dingen

Maar het lukt niet iets te verzinnen

Dan wil je roepen, luid om hulp

Maar kruip je angstig terug in je schulp

Kon ik maar gewoon doen

Zoals vroeger, zoals toen

En zeuren over zaken, groot en klein

Waar we nu blij om zouden zijn

Kon ik maar een knuffel geven

De grootste in heel mijn leven

Sorry zeggen omdat het gisteren

Mijn dag niet was

En dank u omdat je toen wou luisteren

Mijn zorgen zachtjes in jou oor fluisteren

Weet dan dat ik er morgen ook zal zijn

Voor jou problemen, voor jou pijn

Autisme Storm.

Rouw

Foto: Frozen Logic op Flickr.com.

Verloren in de sofa

Vermoord door amandelbloesems van van Gogh

Blauw behangpapier

Weerspiegelde in haar tranendal hier

Alleen

Sinds de lente uit de schilder verdween

Haar beminde rots van roze witte spekjes zoet

Gesloten doek

Dagen

Verdriet volwaardig geprint in statige 3D-lagen

Zinken

In de loopgraven van het leven zonder bunker

En zuchten

Om met wanhoop de longen te luchten

Autisme Storm.

Hoop

Foto: Bertrand Monney op Flickr.com.

Als de wolken grijs en kil zijn

De bomen dor en dood

En het huis weent en schreeuwt

Om wat verloren lijkt

Weet dan dat een stille zucht

De wolken verdrijft

Een heldere druppel

De bomen betoverd

En een kleine kaars

Het huis weer leven geeft

Autisme Storm.

Storm

Foto: john.blake89 op Flickr.com.

Huilen als een dodelijk verwond dier,

tiert buiten heel alleen, dwars en gemeen

een storm van woede, een woeste brij

van luchtlagen samengedrukt

onze oorschelpen en zenuwen testend

hoe lang hij het voor het zeggen krijgt.

Gemene kreng, gemene vent

laat ons met rust, rust aan jou.

Zo ongevraagd en ongewild

jou prillen na april,

jou willen na awel,

meer beu dan koude pap

op een donderdagochtend

in een verlaten mijnstadje

aan de oevers van de New River.

Storm, waai weg!

Autisme Storm.

Dinsdag regen

Foto: Andy. H op Flickr.com.

De regen vaagde de maandag weg,

de dinsdag zag en zweeg.

Autisme Storm.

Wie ben ik?

Wie ben ik

die leeft onder het gele woestijnzand

waar mijn voorvaderen naartoe trokken

waar ikzelf tot rust kwam

waar mijn stof ooit zal ronddwarrelen?

Wie ben ik

die leefde op de boerderij bij mijn grootmoeder

die stierf in een huis waar muren mij versmachtte

in een flat waar niemand op mij wachtte

voor ik een prins ontmoette?

Hoe ver

was de afstand met hen die dichtbij stonden?

Hoe moeilijk

te zijn wie ik niet was,

te huilen

en niemand die mijn tranen zag,

te roepen

en het doofstil bleef in de jungle,

te sterven

in een wereld die anderen voor mij maakten

in een wereld waar ik niet mijzelf mocht zijn

in een wereld die mij niet aanvaardde

in een wereld waar ik stierf voor ik dood ging?

Autisme Storm.

Foto: Jael Claybaugh op Flickr.com.

Mijn vogel

Foto: John op Flickr.com.

Mijn vogel lief, mijn lief
waar ben jij als ik zoeken ga,
als ik je niet vinden kan,
dan heb jij mij al gevonden al.

Want jij bent nooit ver weg,
jij bent altijd dichtbij,
als ik denk je zoeken moet,
dan heb jij mij al gevonden snel.

Als ik merk, je zit weer in de lucht,
dan kwetter jij al vlug,
’t was koud zo aan de grond,
dus nam ik maar de vlucht.

Ach vogel, waarom jij
waarom zo ver van mij,
verloren pluim, sneeuwpoot
het leven lijkt wel dood.

Een wolk, ze dreef voorbij
een hond, die keek naar mij
een kind, dat zocht een bal
maar vinden lukte niet.

Acht vogel, hartendief
de wind, die stal mijn lief
doch treuren hoef ik niet,
je zit gewoon naast mij.

En als je weer eens vliegen gaat,
mij in de steken laat,
dan schijnt voortaan de zon,
in mijn hart waar alles begon.

Autisme Storm.

Ik droomde dat…

Foto: Eugene Kaspersky op Flickr.com.

ik op het dak van een hotel in Beiroet zat

met een cocktail in de hand en zicht op de zee

wiens golven fataal botsten op de duivenrotsen

verder kabbelden naar het land van de ceder

waar het water zich verkneukelde op bange tenen

laafde aan in zwart verborgen vrouwenlichamen

en enthousiast zwaarbehaarde mannen begroette.

De stad van tegenpolen die oplosten in de metropool

op groene tapijten ernstige heren met donkere bidkralen

nabij de Amerikaanse universiteit nutteloze boeken

gedragen door dromen die het weekend openden

om meisjes met chirurgisch correcte neuzen te versieren

in danstempels waar alleen schoonheid binnen mag.

De avond ademde de stad in

Met humvees als versterkte burchten

Opzwepende popmuziek en bezwete lijven

Van dabke dansende mannen op een huwelijksfeest.

Terwijl anderen lurken aan een waterpijp en

pronken met hun mobieltjes, nieuwste apps,

de stad die wakker wordt bij de nacht

en voort zoemt en verder slaapt bij dag.

Wanneer ze tijd heeft om kortstondig te peinzen

over verleden, oorlog, lijden en chaos, zoals

ook ik mijmer waarover morgen te schrijven

over de ogen van de nacht of de sluier van de dag

en ik hoopte maar

dat de duiven de rots zouden begraven.

Autisme Storm.

Vluchtige ontsnapping

Foto: Beau Scott op Flickr.com.

De zon leek nederig

Alsof hij zich probeerde aan te passen aan de rust…

Bedwelmd door de betovering

Die het landschap over hen uitsprak

De verloren zielen glimlachten terug

Naar hun reflecties in het serene water

Terwijl de zachte bries

Zijn hymne fluisterde aan de lokken van het haar

En ze wegveegde van het gezicht

De maskers lagen op het gras

Nutteloos

Waarschijnlijk voor de eerste keer

De handigheid op hun snijwerk

Vertellen verhalen lang begraven in hun plooien

Verzonken in de verleiding

De dromerige ogen beschutten extase

Gelukzaligheid in luciditeit, zeiden ze

De gezichten liggend in het gras

Omlijstten hun lippen met een wrange glimlach

Dat bewerkte de woorden:

De klok stopt nooit

De zon leek woest

Alsof hij probeerde te winnen van

De wildernis…

Autisme Storm.