
Buren die huren
Hun kuren
Ze gluren
Buren die turen
Hun sturen
Ze vuren
Laat ze torturen
Sculpturen
Mijn pure
Laat ze texturen
Ware nature
Mijn obscure pikure
Autisme Storm.

Buren die huren
Hun kuren
Ze gluren
Buren die turen
Hun sturen
Ze vuren
Laat ze torturen
Sculpturen
Mijn pure
Laat ze texturen
Ware nature
Mijn obscure pikure
Autisme Storm.

Achtergelaten op een eiland groen zonder blauw
Neuzen in de lucht, eerder bruin dan grauw
Duizenden jaren staan ze te gluren
Ingedommeld verkleumd in de ochtenduren
Hun kale knikkers blakend in de middagzon
Vertwijfeld over lot en oorsprong
Gingen zij over velen hunner tong
Waar Pasen blijft duren
Zijn hun cloons eeuwige buren
Autisme Storm.

Hamsterend met de klauwen graaiend
Naar de laatste ontsmette winkelkar
Het made in China toiletpapier
Naar de dagen dat we nog samenkwamen
En Corona ons alleen aan ijsjes deed denken
Met een Italiaanse venter in een crèmekleurige bagnole
Toen thuiswerk nog een recht en geen plicht was
De weken nog dagen telden
En de dagen nog uren
Toen we blij waren dat in verwegistan
Een aardbeving gebeurde daar heel verloren
En wij ons nog geen regering hadden
Mondkapjes één of andere apensoort waren
En we geen beademingsapparaat kenden
En zeurden over weer een bezoek aan het rusthuis
Terwijl we het al zo druk hadden met ontmoeten
We dagen op voorhand moesten reserveren in restaurants
En het jaar een onafgebroken festijn was
Van druk en sociaal doen en agenda’s tasken
Toen we nog in ons eentje mochten gaan hengelen
En de kat van de buren onze grootste vijand was
En niet één of ander virus van een Chinese markt
Waar de vleermuizensoep niet te versmaden was
Die tijden lijken mijlenver van deze wereld
Waar we onszelf niet meer terugvinden
In de nieuwe wereldreis die we maken
De slaapkamer ons Italië is
De keuken Frankrijk
En de leefkamer Spanje

Een rijtuig ontdaan van alle koeienvacht
Stond daar roestig in die nacht
De versiering met kleipotjes plastieken bloemen
Nooit snoeien zoals herfstbladeren altijd knoeien
Met neef Madan met zijn hertenlach
Zijn nón lá opgezet op zowaar een vrijdag
In dat verlaten dorp waar mensen dachten dat ze nog leefden
Waar patal het voedseloffer was voor de hindi God
En mulo het muildier van een doorweekte dorpszot
Waar vrouwen nog in een van riet geweven kleed zweefden
En geroosterd bloemmeel aan hun kleine handjes kleefden
Waar chrysanten patronen op goedkope paraplu’s overleefden
Boerendochters in het stro hun ontmaagding beleefden
En de zoon van de buren dacht dat hij kon zwemmen
Toen hij het water in een gietijzeren badkuip kon temmen
Autisme Storm.
