Dichtbij

Foto: WrenNoir Cerise op Flickr.com.

Ik ben het gezang van de vogels,
het gefluister in de bomen.
De zachte stilte na een storm,
en de warme zomerbries.

Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts,
Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is.
Ik hou je hand vast als je je down voelt,
Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.

Ik ben niet gestorven.
Ik ben nog steeds hier.
Ik ben die zachte stem
In jouw oor.

Autisme Storm.

Wie ben ik?

Wie ben ik

die leeft onder het gele woestijnzand

waar mijn voorvaderen naartoe trokken

waar ikzelf tot rust kwam

waar mijn stof ooit zal ronddwarrelen?

Wie ben ik

die leefde op de boerderij bij mijn grootmoeder

die stierf in een huis waar muren mij versmachtte

in een flat waar niemand op mij wachtte

voor ik een prins ontmoette?

Hoe ver

was de afstand met hen die dichtbij stonden?

Hoe moeilijk

te zijn wie ik niet was,

te huilen

en niemand die mijn tranen zag,

te roepen

en het doofstil bleef in de jungle,

te sterven

in een wereld die anderen voor mij maakten

in een wereld waar ik niet mijzelf mocht zijn

in een wereld die mij niet aanvaardde

in een wereld waar ik stierf voor ik dood ging?

Autisme Storm.

Foto: Jael Claybaugh op Flickr.com.

Mijn vogel

Foto: John op Flickr.com.

Mijn vogel lief, mijn lief
waar ben jij als ik zoeken ga,
als ik je niet vinden kan,
dan heb jij mij al gevonden al.

Want jij bent nooit ver weg,
jij bent altijd dichtbij,
als ik denk je zoeken moet,
dan heb jij mij al gevonden snel.

Als ik merk, je zit weer in de lucht,
dan kwetter jij al vlug,
’t was koud zo aan de grond,
dus nam ik maar de vlucht.

Ach vogel, waarom jij
waarom zo ver van mij,
verloren pluim, sneeuwpoot
het leven lijkt wel dood.

Een wolk, ze dreef voorbij
een hond, die keek naar mij
een kind, dat zocht een bal
maar vinden lukte niet.

Acht vogel, hartendief
de wind, die stal mijn lief
doch treuren hoef ik niet,
je zit gewoon naast mij.

En als je weer eens vliegen gaat,
mij in de steken laat,
dan schijnt voortaan de zon,
in mijn hart waar alles begon.

Autisme Storm.

Hoe ver

Foto: Photowhan op Flickr.com.

Hoe ver is ver

Toen we nog dichtbij mochten zijn

Toen een badge nog magie had

Als tovenaar van een wit blad

Toen de dokter nog de krant las

En een nietje gemeen was

Het was weer druk in de cafetaria

Vol maskers, gel en schorten

Lekker Grieks gaan eten

En de rekening vergeten

Elfjes zien dansen op een ondergronds feest

Hoe plezant was dat niet geweest

Vergaderzalen zoeken, onze dagelijkse hit

Teams weet nu in welke bureaustoel jij zit

De trein weer eens op tijd

Als hij de kamer ernaast binnen rijdt

Hoe dichtbij is vlakbij

Met alle collega’s aan mijn zij

Autisme Storm.

Ondergaande zon

Foto: Abel Streeter.

Ondergaande zon

Toen het nog kon

In Vietnam op die avond half oktober

We keken dichtbij en heus niet te ver

De rode neerganggloed plonste op jou huid

We bleven staan, geen stap vooruit

Ik droeg jou schouders licht op mijn rug

Het was voorbij, we komen niet terug

Maar dat wisten we toen nog niet

Dromen passen alleen in een vergiet

Van bruingele stranden en aanbelanden

Die we beiden vederlicht zoet omarmden

We waren ver van huis

Onze toekomst zonder enig ruis

Toen het nog kon

Toen het nog mocht

Toen niemand dacht zou

Toen niemand zei how

Autisme Storm.