
Het is beter om niemand te hebben dan iemand die er maar half is, of die er niet wil zijn.
Autisme Storm.

Het is beter om niemand te hebben dan iemand die er maar half is, of die er niet wil zijn.
Autisme Storm.

Wie ben ik
die leeft onder het gele woestijnzand
waar mijn voorvaderen naartoe trokken
waar ikzelf tot rust kwam
waar mijn stof ooit zal ronddwarrelen?
Wie ben ik
die leefde op de boerderij bij mijn grootmoeder
die stierf in een huis waar muren mij versmachtte
in een flat waar niemand op mij wachtte
voor ik een prins ontmoette?
Hoe ver
was de afstand met hen die dichtbij stonden?
Hoe moeilijk
te zijn wie ik niet was,
te huilen
en niemand die mijn tranen zag,
te roepen
en het doofstil bleef in de jungle,
te sterven
in een wereld die anderen voor mij maakten
in een wereld waar ik niet mijzelf mocht zijn
in een wereld die mij niet aanvaardde
in een wereld waar ik stierf voor ik dood ging?
Autisme Storm.


Daar in het huis van mijn moeder
Met een kookvertrek als hondenhok
Bezet door een krijsende loeder
Constant in ruzie met die andere sok
Dat huis was niet van mij
Daar waren dweil en stoffer immers baas
En vlot beteugelden zij vrij en blij
Zwijgen, mond houden jij kleine dwaas
Dit is een huis, een bakstenen gebouw
Plezier valt hier niet te bespeuren
Waar vader heerst met eeuwige klauw
Niemand kijkt hier achter deuren
Niemand proeft hier haat zo rouw
Niemand voelt pijn en angst zo kou
Als jij, kleine aap en broeder
In dat huis van genaamd, jou moeder
Autisme Storm.

Ondergaande zon
Toen het nog kon
In Vietnam op die avond half oktober
We keken dichtbij en heus niet te ver
De rode neerganggloed plonste op jou huid
We bleven staan, geen stap vooruit
Ik droeg jou schouders licht op mijn rug
Het was voorbij, we komen niet terug
Maar dat wisten we toen nog niet
Dromen passen alleen in een vergiet
Van bruingele stranden en aanbelanden
Die we beiden vederlicht zoet omarmden
We waren ver van huis
Onze toekomst zonder enig ruis
Toen het nog kon
Toen het nog mocht
Toen niemand dacht zou
Toen niemand zei how
Autisme Storm.

Het was niet de dag
Het was niet de dag die het zou moeten
Het was de dag die het zou worden
Een dag zonder lach
Omdat die lach was verdwenen
Omdat het onweer de dag kaapte
Het werd geen routine
Omdat de verandering mij gijzelde
Omdat chaos het losgeld betaalde
De regelmaat werd verkracht vannacht
Door Somalische piraten in mijn hoofd
Die mijn ochtend zouden bepalen
Het werd oorlog
Een strijd om te overleven
In een wereld van chaos
Waarin ik de weg kwijt raakte
Waarin ik verdwaalde in hersenspinsels
Waarin ik mijzelf verloor
Ik wilde roepen om hulp
Maar niemand heeft mij leren roepen
Ik zocht woorden om aandacht
Maar mijn zoekfunctie blokkeerde
Totaal en weer een keer
Een keer teveel
Te veel rotzooi
Om te ontsnappen uit de chaos
Chaos die ik alleen zie
Chaos die ik alleen beleef
Chaos mijn grootste vijand
Als piraten met kalashnikovs
Als rovers met zwaarden
Als terroristen met granaatwerpers
Als een woord een verwijt wordt
Als de rede wordt begraven
Als Cupido een schrikbewind voert
Een hart een handgranaat
Een pijl een oorlogswapen
De liefde de haat
Hoe fout kan het gaan
In een milliseconde van chaos
In een fractie van ontreddering
In een moment van totale onmacht
Het werd weer een dag
Die jij en ik niet zo graag mag
Het was jammer weer
Niet mijn dag
Autisme Storm.

Er was een tijd toen de aarde nog een ronde bol was
En niemand sprak over een piek of iets afvlakken
En je creativiteit niet werd gefnuikt
Door Corona doden en statistieken
Je nog vrij en zorgeloos kon rondlopen
Zonder afstanden of meters te tellen
Te wachten op mondkapjes uit China
En toestellen om weer op adem te komen
Toen mensen nog gewoon stierven in rusthuizen
Omdat ze gewoon oud werden
Toen we nog niet terecht kwamen in Whatsapp groepjes
En overstelpt werden met onzedelijke filmpjes
En met dwaze informatie onze handen wasten
Van mensen die ons eigenlijk geen knijt interesseren
En het geklaag van onderwijspersoneel die voor het eerst werken
Want dat waren ze nooit gewoon
Met als enige voordeel dat we dit jaar
Niet naar dat bekakte Songfestival moeten kijken
En eindelijk ademruimte vinden in onze agenda
Eindelijk de vakantiefoto’s van de voorbije zes reizen bekijken
Waarvan we al lang niet meer weten welke foto waarbij hoort
De enige open parken zijn autostrades geworden
Van ontregelde mensen en psychopaten
Die zich verbazen over hun eigen spiegel
Van agenten die niet langer op boeven jagen
Maar op alles wat sociaal in de omgang is
Van regels die vloeien uit een gewond dier
En schreeuwen in een donkere nacht
En stiltes die liggen te wachten op een begrafenis
Waarbij zelfs vier kaartspelers te veel zijn
Omdat we leven in andere tijden
Met zekerheden die pootje gelapt zijn
Met conflicten die verengen in tijd en ruimte
Exploderen in de woonkamer
Ontgroenen in de supermarkt
Tot niemand nog de moed kan vinden
Om de dag van gisteren toe te dekken
En het bed vandaag weer op te maken
Autisme Storm.

De woestijn, de nomaden en kamelen
Zijn slechts een zomers verleden
Als we aan de Citadel beneden
Sneeuwbalgevechten gade slaan
Tussen hotels en winkels in de Abdalilaan
Sneeuwprinsessen heersen voortaan
Aan scholen die de koning liet sluiten
Weldra komt niemand meer buiten
Als sneeuw plakt op de ruiten
Daar in Rainbowstraat met waterpijp als maat
Werd het met koffie en falafel dikwijls laat
Voor toeristen en lokalen in eigen gewaad
Vingers en ellenboog, Hercules voetsporen
Romeins theater, museum der folklore
Nu onder ijs en sneeuw zo schielijk verloren
De blauwe koepel van de koningsmoskee
Al dragend zijn goddelijk wintergillet
Winter in Amman, gedwee
Autisme Storm.

Hoe vluchtig was die zomer
Als een zuchtje in de herfst
Drie hittegolven zei de weerman
Ik trek een warme trui aan
Te weinig water stond in de krant
Ik neem een glas water van de kraan
Niets gebeurt op politiek vlak
Alleen revoluties brengen politiek
Weer een kat vermist
En de asielen zitten bomvol
Net als de wegen, de steden, het openbaar vervoer
Als heel de aardkloot eigenlijk
Want niemand woont in de oceaan
Water genoeg daar
Maar we hebben liefst iets zoetigs
Om onze tanden kapot te knabbelen
Op kosten van de sociale onzekerheid
Om nadien tien vegi kookboeken te kopen
Dieet 363 te volgen
En de maand nadien een nieuwe kleerkast
Want weer een maatje bij
Zolang ze maar geen vreemd kleurtje hebben
Ik vind wit een vreemde kleur
Zolang ze niet anders zijn
Mijn spiegel schrikt zich elke ochtend te pletter
Besef
Als de linkshandigen beginnen rechts te schrijven
Is hun laatste pennentrek nader
We gaan iets voor het klimaat doen
Elektrische boten in Amsterdam
Ze gaan varen met 300 miljoen Chinezen
Die voor het eerst een monovolume kopen
Fijn in gangnam style het milieu
… verder om zeep helpen
Moet er nog een iFoon, e-auto of tablet zijn
Nikkel, mangaan en kobalt
Kom gerust langs in Congo
Lieve Belgen en Chinezen
Ontgin het, steel het, verkoop het
Laat de kinderen putten graven
Twintig meter diep
Kinderen en ertsen genoeg
Vooruit met die plundering
Want de zomer was weer vluchtig
En lithium wacht op ons
Made in Chili en Australia
Een half miljoen ton
Voor minder komen we niet langs
Want we hebben het druk
Met het plunderen als kolonisten
Van elke Afrikaanse bodem
En onze dieetboeken zijn reeds tweedehands
Zo vluchtig als die zomer
Autisme Storm.

(Liedtekst:)
Ik had mijn eigen gril
En niemand die dat wil
Het was stil, het was stil, het was stil
Geen toekomst, honderd gaten
Dus vroeg ik aan mijn maten
Waar ze zaten, waar ze zaten, waar ze zaten
Toen opende het doek
Er ontstond zowaar een vloek
Ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek, ik kreeg bezoek
Wat lekkers klaar gezet
Zo even weer aan zet
Wat een pret, wat een pret, wat een pret!
Toch bleef ik zo alleen
Met jeuksel daar be’neen
Aan mijn teen, aan mijn teen, aan mijn teen
Dus ‘k vroeg God ’n keer
Mijn hart doet zo zeer
Geef mij meer, geef mij meer, geef mij meer
En die ochtend diep in mei
Een vrouwtje kwam erbij
Aan mijn zij, aan mijn zij, aan mijn zij
Wij werden zo een paar
’t Leven begon toen aldaar
Het was waar, het was waar, het was waar
Ik zag Madame Zaza
En deed de mensen na
Blablabla, blablabla, blablabla
Zo zitten op één lijn
Zou dit het leven zijn?
Het leek fijn, het leek fijn, het leek fijn
Te vroeg ging ik zweven
Straks oud en spontaan beven
Ik wil leven, ik wil leven, ik wil leven
Wat werd mijn leven zwaar
‘k Verloor toen al mijn haar
Ik was klaar, ik was klaar, ik was klaar
Al die herrie thuis erbij
Dat maakte mij niet blij
Ik wil vrij, ik wil vrij, ik wil vrij
Toen kwam zij dichterbij
En zei toen tegen mij:
Papegaai, papegaai, papegaai
Autisme Storm.

Waarop heb ik zolang gewacht?
Ik zou het moeten weten, mijn gedacht
Was het in de nacht of overdag?
Wie die mij dat zeggen kan?
Ik herinner mij iets, maar meestal niets
Het was op een woensdag of vrijdag misschien
Het wachten bleef duren
Het leken wel uren
En niets bewoog en niemand kwam
Tot men mij vond
Alleen en verward
Op het koertje voor het ouderenhuis
Autisme Storm.