Als de wolken zich uitstorten, voel je dan hun pijn? Als de bloem sterft, ruik je dan het verfrommelde bloemblaadje als een mislukking? De zon schijnt, maar er is geen licht hier
Alleen schaduwen, het licht zal voor altijd langs je heen schijnen…
Ik ben het gezang van de vogels, het gefluister in de bomen. De zachte stilte na een storm, en de warme zomerbries.
Ik ben de sterren aan de hemel ’s nachts, Ik ben de gedachten in je hoofd die zeggen dat er iets goed is. Ik hou je hand vast als je je down voelt, Hoewel ik het gevoel krijg dat je het gewoon niet weet.
Ik ben niet gestorven. Ik ben nog steeds hier. Ik ben die zachte stem In jouw oor.
Het is min 19 in de verlaten toendra en de ijzige lucht dringt door alle metaal van de trein die moeizaam op gang komt.
Zuchtend, piepend en smekend sleept de zware locomotief zich voort in het stille desolate landschap tussen het dode liggende vee dat de laatste vrieskou niet heeft overleeft.
De metalen spoorstaven worden door koning winter tegen elkaar naar boven geduwd.
De trein schokt vooruit over elke bubbel.
De dikke pelsen frakken bieden nauwelijks weerstand en de ijzige ademwolkjes verspreiden zich als de smoor van Havaanse sigaren in de donkere treincoupé.
Het houten bankstel kreunt met elke nerf mee als een vergane matroesjka.
Aan de wekenlange ijskoude lijkt maar geen eind te komen.
De loodzware winter van dood en verderf heeft genadeloos toegeslagen.
Mens en dier, machine en leven vechten met de duivelse winter een strijd om overleven uit.
Niemand zal straks ongehavend de lente beminnen als het aanschouwen van een Russische ballerina in het theater van Moskou.
De winter zal sterven, de lente zal met stille tred op het voorplan treden.
De littekens van de witte hel zullen nog maanden meeslepen in de ontwakende toendra van morgen.
Zonder jou is een beslapen bedlaken zonder rimpels.
Een vulkaan die zelf niet haar neus durft snuiten.
Een aardkloot die zich verstopt achter de maan.
Een stoelendans met driemaal te veel stoelen en ‘never ending classical music’.
Het is als Dirk Brosse die met een onzichtbare strijkstok de tanden poetst.
Zonder jou is een droevige dinsdag die zich niet verkleed als woensdag, maar denkt dat het maandag is.
Zonder jou blijft de wereld draaien.
Blijft de leeuw gapen en de macadam hoofdpijn lijden door het schurende verkeer die zijn haren kortwiekt.
Zonder jou gaat alles prima.
Maar anders blijft anders en gewoon gewoon de regel der regelmaat.
Zoals de woestijn de ochtenddauw mist zonder te sterven onder het mulle zand.
Zoals bedoeïenen hun zomerkamp missen in de winter zonder te beseffen dat geen enkele zandkorrel tweemaal op dezelfde plaats wordt geblazen door de wind.